image

Een van de meest aangrijpende passages in Een vrouw van staal is het moment dat de schipper Adrianus afscheid neemt van zijn schip de Alfons Marie 1. Het echtpaar Adrianus en Petronella Vermeulen vaart op hun schip. Ze varen op de wind, maar het schip maakt plotseling een zwaai.

De schipper Adrianus is in elkaar gezakt en zwenkt mee op het stuurrad waaraan hij vastzit met zijn schipperstrui. Vlak na de dood van de schipper, trekt een zeemist – ´zeevlam´ – over de Zeeuwse wateren. Zijn zoon Jan legt zijn vader in het lege ruim en vaart door de dichte mist naar de thuishaven van de schipper:

De meeste schippers werden direct na hun dood naar het dichstbijzijnde kerkhof gebracht; terugvaren naar de thuishaven met een ruim vol goederen voor een andere bestemming was onbestaanbaar. Maar het ruim van de Alfons Marie 1 was leeg en de thuishaven niet ver. Petronella was ervan overtuigd dat het een gebaar van God was. Een teken dat ze haar echtgenoot terug naar Roosendaal moesten brengen om hem daar, naast zijn dode kinderen, te ruste te leggen. (87)

Jan moet het schip door de dichte mist zien te brengen naar de thuishaven. De verteller beschrijft op aangrijpende wijze deze vaart met de dode schipper aan boord. Het is een lange vaart, maar ze worden gastvrij onthaald in Roosendaal.

Bij de sluizen wordt het schip naar binnen getrokken door de sluiswachters en de klipper wordt door een paard de haven van Roosendaal ingetrokken. De overleden schipper wordt geëerd en het schip komt toe aan zijn zoon Jan.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel