image

We krijgen een opdracht bij binnenkomst: schilder de vlinder die bij deze dag past voor jou. Er staan al verschillende vlinders op. Een vlinder met een zwarte rand, een vlinder in de kleuren van de Nederlandse vlag en een vlinder die helemaal oranje.

Ik ontwijk de opdracht. Moet het echt? Nou, ik neem eerst nog even een kop koffie, denk ik. Dan sta ik uiteindelijk voor het doek met een penseel in de hand. Geen idee wat te schilderen. Ga dat eerst bedenken voordat je al een penseel in de aanslag hebt.

Ik kan niet schilderen, geef ik als excuses. Het beeld dat ik schilder ziet er altijd anders uit dan ik in mijn hoofd heb. Maar nu heb ik zelfs geen plaatje in mijn hoofd. De vlinder wil niet komen. Ik zie alleen een merel in mijn gedachten.

Het is de merel die ik niet zie, alleen hoor. De zon straalt door een strakblauwe hemel. Geen wolkje aan de lucht. Ik zit op de grond. Alle stoelen zijn bezet en voor een rij stoelen waarop de familie zit. Voor hen de kist en het uitzicht op de laan met aan weerszijden de dennenbomen. Veel woorden en muziek. Dan is er even een totale stilte.

Niemand zegt iets, zelfs geen ademhalen hoor je. Totale stilte. En hoor een merel zingen in 1 van de dennenbomen waar je vanuit de aula op kijkt. De mooie ronde zang van mijn vriend spreekt de mooiste woorden van troost. Het is een verhaal buiten mensen, van een vogel.

Ik pak het penseel, doop hem in de zwarte klodder verf die er nog ligt van de zwarte rand op de vlindervleugel. Het penseel draait een rondje, doet een poging om een achterlijf te boetseren. Een grote klodder maakt het lijf boller. Ik pak oranje voor de snavel, zie dat ik die al in zwart gemaakt heb en pruts lang toch het oranje op het doek te laten vallen.

Dan de poten, het worden 2 lompe klompen in het oranje van de snavel. Als ik nog even kijk en zie dat het niet goed is, probeer ik de vogel onherstelbaar te verbeteren. Het achterlijf moet anders ik klieder met zwart. Het lijf wordt alleen maar groter en de vorm van de ranke merel verandert in een dikke donkere kip.

Het blijft een vreemde gewaarwording een vogel tussen de vlinders. Al blijft de vogel die in mijn hoofd fluit veel mooier dan deze donkere vlek.