image

Een heuse biografie over een binnenvaartschip is het boek Een vrouw van staal. Het verhaal van een klipper uit 1901 die gedurende haar vaart van meer dan een eeuw de hele binnenvaart heeft zien veranderen. Aan de hand van het schip Henriëtte speurt Corine Nijenhuis naar de geschiedenis van deze klipper.

Ze ontdekt dat het schip uit 1901 anders heette bij haar doop. Het schip droeg toen de naam Alfons Marie 1. De eerste eigenaar en opdrachtgever van de bouw was Adrianus Vermeulen.

Het schip was voor de Zeeuwse wateren ontworpen. Niet zo verwonderlijk met de thuishaven Roosendaal. Wat wel verwonderlijk is, is de leeftijd van de schipper. Op een leeftijd waarbij de meeste schippers met pensioen gaan, kiest hij het ruime sop met zijn nieuwe klipper.

De biografe geeft een beeld van de bijzondere ladingen en routes die het schip door het Nederland aan het begin van de 20e eeuw aflegt over de Nederlandse wateren. Bovendien schaft de oude Adrianus nog een klipper aan voor zijn kinderen, de Alfons Marie 2.

Na zijn dood voert zoon Johannes met zijn vrouw Huiberdina op het schip. Een veel minder ondernemend persoon dan zijn vader. Hij is bovendien gezegend met een bijzonder eigenwijs karakter. En verkiest soms de eer boven het geld.

Het levert een indrukwekkend verhaal op over honger en kwelling op. Als ze in de haven bij Zwartsluis liggen en niet meer de Zuiderzee op kunnen vanwege de teruggelopen handel. Noodgedwongen moeten ze met honger de kerstdagen doorbrengen op Protestantse wateren. De handelaren in Zwartsluis gunnen de katholiek schipper niet een vracht.

Als ze eindelijk weten te ontsnappen uit de haven, zonder vracht, zien ze in het Volkerak een bekend schip tegemoet komen:

Ver voor hen doemde de boeg van een klipper op. Het schip was vol getuigd, de zeilen strak in de wind. Hoog stak de mast de grijze lucht in, de vanen wapperden. Huiberdina had haar herkend nog voor ze de naam lezen kon; het was de Alfons Marie 2 die in vol ornaat op hen afzeilde. (136)

Na alle ellende in het protestantse Zwartsluis, is de thuiskomst een buitengewone bevrijding uit de benarde positie waarin ze verkeerden. Even verderop in het verhaal komt de knecht Marinus Beije op even wonderlijke wijze aan boord van de klipper. Hij stond langs de waterkant te zwaaien en mag aan boord van de Alfons Marie 1.

Dat is de concessie die de schrijfster Corine Nijenhuis doet aan het verhaal van de klipper. Het is een geromantiseerd verhaal waarbij ze sommige momenten aangrijpt uit de werkelijke historie van het schip. Het levert anders een te saai verhaal op vol opsommingen.

Nu vertelt ze in Een vrouw van staal een prachtig ontroerend verhaal van een bijzonder aspect uit de Nederlandse nautische geschiedenis. Dat is alleen maar te vertellen in een literair verhaal. Een verhaal die gelijk doet denken aan de romans over de scheepvaart zoals Arthur van Schendel die schreef met Het fregatschip Johanna Maria.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel