image

De 7e hellekring is opgedeeld in 3 cirkels. Als Dante en Vergilius in de 2e cirkel komen, lopen ze door een kreupelbos. Dante vergelijkt het met de bossen tussen Cecina en Corneto, waar de wilde dieren zich tussen de lage struiken en bomen ophoudt.

Dit kreupelbos is nog veel minder doordringbaar, vervolgt de verteller. Hij zegt erbij dat hier de harpijen zich schuilhouden. Harpijen zijn grote roofvogels met een mensenhoofd en een grote buik vol veren.

Overal om zich heen hoort Dante gejammer en geweeklaag, maar hij ziet nergens een mens. Vergilius weet ook niet waar het aanhoudende gekerm vandaan komt. Misschien moeten we een takje afbreken en houdt het daarmee op, suggereert hij.

Als Dante dat uiteindelijk doet, dan schreeuwt een stem waarom hij iets van hem afbreekt:

En als hem ´t bloed besproeide in zwarten stroom,
Daar gilde hij opnieuw: ¨Wie durft mij knakken?
¨Kent gij dan gansch geen deerenis of schroom?

¨Wij menschen eens, zijn tronken nu! Ons, zwakken,
¨Moest gij beroeren met wat zachter hand,
¨Al huisden slangenzielen in deez´ takken.¨ (vs 34-39, Ten Kate)

De woorden komen tegelijk met de druppels bloed uit het afgebroken twijgje. De zondaars in deze 2e cirkel van de 7e hellekring zijn veranderd in kreupelhout. Dante grijpt zijn kans om met deze mensen in gesprek te komen.

De vergelijking die deze gekwelde ziel maakt is heel mooi. Hij vertelt hoe zijn ziel na zijn dood in het bos gegooid is, waarna het ontkiemde als een zaadje en tot een struik uitgroeide. De harpijen voeden zich met de bladeren van de struiken en doen ze daarmee pijn.

Zijn droevige verhaal wordt onderbroken door 2 naakte gestalten die het kreupelbos inrennen. Ze worden achtervolgd door honden, die hen even bloeddorstig verscheuren. Dante en Vergilius houden zich schuil en horen helemaal aan het einde van deze Canto wie de boom is waarvan Dante een takje afbrak: ik ben de man die zich in zijn eigen huis verhing.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 13

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ten Kate uit 1876.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.