image

Van der Heijden weet soms de werkelijkheid buitengewoon krachtig in zijn romans binnen te halen. Albert Egberts’ verhaal over tante Tiny speelt in het Zuiden. Geldrop, zijn geboorteplaats en natuurlijk ook de woonplaats van Tiny en Koos, Breda.

Een apart verhaal is het verhaal waarbij tante Tiny door haar oudere zus ‘geholpen’ wordt. Ze gaan naar Koelewijn in Eindhoven. Zijn moeder vertelt het pas als ze op haar sterfbed ligt en de verteller Albert Egberts denkt aan ‘koele wijn’:

[T]ot ik begreep dat ze de naam van de viswinkel bedoelde, waarboven zich de praktijk van haar uitverkoren mevrouw bevond: Koelewijn, in het Eindhovense stadsdeel Stratum. In later jaren nam oom Hasje me er wel eens mee naartoe. Hij was bevriend met de zoon des huizes, die net een Nederlandse rock-‘n-rollhit had met Kom van dat dak af, waarop de oom van een klasgenootje van me saxofoon speelde. (184)

Hier weet Van der Heijden de ‘echte’ geschiedenis in zijn roman naar binnen te halen. Ik vind dat altijd geweldig. Ook omdat dit in het verhaal zo mooi aansluit bij het verhaal zelf. Peter Koelewijn dringt hier in het verhaal, waarmee het verhaal bijna een geschiedenis van ons allemaal wordt. Dat is echt heel krachtig.

Verderop in de roman, refereert de verteller naar Koelewijn en de vishandel zoals alleen maar kan in een roman van Van der Heijden. Albert Egberts noemt het een flinke dosis haat, gekweekt in een engeltjesfabriek boven de viswinkel van Koelewijn.

Zo sluit het persoonlijke verhaal van Albert Egberts tante Tientje mooi aan op een aspect uit het Eindhoven van de jaren ’50. Iets dat overal terugkomt in het werk van A.F.Th. van der Heijden, met name in de romancylus De tandeloze tijd.

A.F.Th. van der Heijden: De helleveeg. Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN: 978 90 234 8391 5 7. 240 pagina’s. Prijs: € 15,00. Bestel