image

Daar nader ik de kathedraal, de groene kathedraal van bomen. Ik probeer me altijd voor te stellen hoe de pelgrim kijkt als hij het doel van zijn pelgrimage nadert: de kathedraal. Hier zit een man op het bankje bij de akker. Hij kijkt op zijn mobiel.

image

Achter hem staan ongelooflijk mooie bladeren van de spitse populieren. Ze turen geelgroen omhoog. Al komen de bladeren nog aarzelend uit de kale takken, hier is iets moois aan het ontstaan. De kathedraal krijgt muren en een heus gewelf.

image

Er lopen 2 honden rond het bankje. Een man en 2 vrouwen zijn erop gaan zitten. Achter het bankje staan 2 andere fietsen. Ik zie hoe 2 jongens door de kathedraal lopen. Het is er druk genoeg.

image

In de spiegelkathedraal in het bos ernaast, is het rustiger. Hier zie je ook zo snel niet de afdruk van de kathedraal. Je moet het weten, anders is het gewoon een open veld midden in het bos, zoals ik eerder zag in het Waterlandse bos op mijn fietsrit hierheen.

image

Dan pak ik het lange pad dat dwars door het bos gaat. Ik fiets langs de stapels houtstammen die langs het pad liggen. De vele soorten bos, bij sommige bomen zijn de bladeren al ver ontsproten uit de takken. Bij andere bomen is de winterse kaalheid nog te zien. Daarmee ontstaat een contrastrijk bos.

image

Als ik dan weer terugrijd, langs de imposante bomenrijen die aan weerszijden van de Vogelweg geplant staan, geniet ik van de zilverkleuren van het jonge blad. Het is heel indrukwekkend zoals de jonge bladeren uit deze grote bomen ontspruiten.

image

Overal dient het voorjaar zich aan. Zo blijft het niet beperkt tot een fietsrit. Het is vooral een feest van de lente. Genietend van de geuren, de frisse wind en de ontspruitende bladeren. Zo kom ik weer thuis met de blos van het voorjaar op mijn wangen.

image