image

De zondaars bleven in het vorige Canto beperkt tot Capaneus. Nu komen Dante en Vergilius weer onder de mensen. De 3e cirkel in de 7e hellekring bevat een bijzondere type zondaar: die van de tegennatuurlijke zondaars. Dat zijn de mannen die van mannen houden. Voor veel Christenen een zonde, waaronder de paus.

Om daar te komen lopen de 2 dichters over een dam, waar Dante wordt herkend door zijn oude leermeester Brunetto Latini. Dante is verbaasd zijn oude leraar hier aan te treffen. Hij vraagt of Brunetto Latini een eindje met hem wil oplopen. Stilstaan is geen optie, zegt zijn leermeester. Het zou hem 100 jaar aan deze plek kluisteren.

Na deze waarschuwing durft Dante niet naast zijn leermeester te gaan lopen. Hij blijft evenwijdig van hem lopen op het stenen pad op de dam. Wel hangt hij naar Brunetto Latini gebogen bij het lopen. Het lijkt waarempel dat hij overvloeit van ontzag, zegt de ik-verteller hier bijna terloops. Hier speelt Dante natuurlijk een spelletje. Je oude leermeester ontmoeten in het hiernamaals moet een geweldige ervaring zijn, waarschijnlijk is het toch ontzag die hij hier heeft.

In het verhaal aan Brunetto Latini verraadt Dante meteen dat het zaterdag. Dante vertelt zijn leermeester Brunetto Latini namelijk dat hij sinds gisterochtend de aarde verlaten heeft en deze reis door de hel maakt. De gebeurtenis in het donkere woud vond immers op Goede vrijdag plaats.

Ook Brunetto Latini voorspelt de verbanning van Dante. Hij voegt er de troostrijke boodschap aan vast dat zoete vijgen niet samen kunnen groeien met wrange bessen. Hij waarschuwt zijn leerling zelfs. Dante moet zich niet inlaten met hun levenswijze van hebzucht, trots en afgunst. Dante antwoordt zijn leermeester dat hij niet meer hoeft te weten van de toekomst:

Ik wil alleen aan u dit laten kennen, dat, indien
mij mijn geweten niets verwijt, ik helemaal bereid
ben tot wat de fortuin mij medebrengen kan.

Die voorzegging klinkt zo nieuw niet in mijn oren;
laat de fortuin haar wiel dus wenden waar zij wil,
zoals de landman zijn houweel. (vs 91-96, vert. Haghebaert)

De verdere toekomst hoeft hij dus niet te weten. Dat hoort hij wel van Beatrice in de hemel. Dante is wel heel nieuwsgierig naar de mannen die hier gestraft worden. Hij wil namen horen. Er bevinden zich geen vrouwen, zo lijkt het. De verteller rept er met geen woord over.

Brunetto Latini laat niet veel los. Hij noemt maar 3 namen, waaronder die van een eerdere bisschop van Florence, Andrea dei Mozzi. Het moet een ultieme vorm van wraak van de verteller zijn om deze man hier te noemen.

Alsof er hier geen andere bekenden zitten… Maar Dante gaat hier misschien iets verder door hier juist de kerk te noemen? De kerk die zo fel tegen homoseksuelen fulmineert. Dante als criticaster. Of lees ik de tekst nu met een hedendaagse roze bril?

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 15

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert, herzien door Rob Antonissen uit 1947 [1e druk 1901]. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.