image

Het is prachtig weer en ik moet eigenlijk even naar Lelystad. Veel trek om in de auto te stappen heb ik niet, daarom ga ik op de fiets. En ik neem Doris mee. Zo kunnen we alvast oefenen voor langere afstanden. Speciaal voor deze gelegenheid trekken we de fietsbroekjes aan die ik een tijdje terug bij de Lidl heb gekocht.

Hoe fiets je naar Lelystad? We hebben al 2 keer onderweg op fietsvakantie de hoofdstad van de provincie gepasseerd, maar nu willen we iets meer: op 1 dag heen en terug. De weg aan de zuidkant van de Oostvaardersplassen hebben we al 2 keer gezien. De andere route, bovenlangs over de dijk nog niet.

image

Ik ben bang voor de dijk. Is het niet veel te riskant met de wind die altijd tegen je in waait hier in de polder? Geen enkele beschutting is er te vinden op zo’n hoge dijk? Je kan geen kant meer op, alleen maar rechtuit. En kun je dan niet veel beter gewoon door het bos fietsen onder de Oostvaardersplassen.

We gaan het toch proberen en fietsen via het Wilgenbos de dijk op. Het zit nog even tegen, de kleine sluis voordat het wilgenbos begint, staat open. We moeten wachten en zien hoe het schip mag doorvaren, waarna de sluis sluit en weer volloopt met water.

image

Als we weer rijden, de dijk op klimmen en op het fietspad fietsen, voelen we de wind al blazen. De pet waait van haar hoofd. Ze bergt hem op. De wind is te sterk om hem op te houden. Mijn hoedje zit stevig genoeg vastgeklemd en laat zich niet van mijn hoofd waaien.

De wind wordt alleen maar sterker. De zon is verraderlijk, de warmte telt ook mee, maar de wind verwachten we niet. Maar de wind wint aan kracht. Hij vliegt over de kale plassen, langs de paar bomen die aan de dijkrand staan. De fietsers die ons tegemoet rijden, vliegen over de weg. Alle fietsen zijn veranderd in elektrische exemplaren, waarbij je meters vooruit schiet op een enkele trap.

image

Wij zwoegen voort. Even pauze halverwege de dijk. Het lijkt of er geen eind aan komt. De plassen aan de kant van het land zijn uitgestrekt. De wind maakt golfjes op het water. Geen houden aan. De tegenliggers lijken nog harder voorbij te komen. En wij ploegen voort. Elke trap voelt zwaarder, maar brengt je minder ver vooruit.

Het lijkt of de wind in kracht is verdubbeld als we eindelijk bij het einde van de dijk aankomen. We hebben nog een keer pauze gehouden, even op adem komen. Het leek zo windstil, maar op de dijk kom je de echte wind tegen. Hier is de polder aan het werk. Altijd waait het hier.

image

De Knardijk steken we over. Het feest van de herkenning. De rit over de Oostvaardersdijk is nog niet voorbij. Vlak hierachter hebben we 4 jaar terug overnacht tijdens onze eerste fietsvakantie. Nu rijden we over de dijk in de richting van het gemaal. Nog voor we het gemaal naderen, mogen we afzakken naar de bodem van de zee. We verlaten de dijk en merken hoe de wind ineens helemaal verdwijnt.

image