image

De idylle: het donkere bos, omringd door groen en vogelgefluit. Het geruis van de wind door de bladeren. En daar tussen de bladeren, het groen, over de zachte bodem lopen. Elke stap die je zet voel je je voet een eindje wegzakken in het laagje van vergaand blad, zacht mos en de takken die onder je voeten kapotkraken om uiteen te splinteren in duizend stukjes.

Dat gevoel lokt mij naar het bos. De geur van humus, een mix van rotting en pure zuurstof. Het leven dat in het bos zijn volle wasdom krijgt en het gevoel dat je overal om je heen het leven hoort. Dat is het bos optima forma.

De wens is dan ook om naar het bos te gaan om bosbessen te plukken. Onzeker omdat ik vorig jaar te laat was en dit jaar echt niet achteraan wil sluiten, gaan we nu tegen het einde van juni naar de groene bossen. Bij ons hier in de polder is de grond niet van zand en de zuurgraad komt niet hoog genoeg om dit kleine struikje ook maar een schijn van kans te geven.

image

Daarom zetten we de fietsen achterop de auto. Het kost weer wat moeite uit te vogelen hoe dat ook alweer moest. Ik ontdek dat ik de vorige keer 1 van de 2 staanders verkeerd om heb gezet. Ook zit de angst voor een tekenbeet er goed in, daarom spuiten we ons in met Autan, trekken de sokken over de lange broek heen en hebben lange mouwen aan.

Onderweg naar Baarn treft ons een stortbui. Het scheelt dat we een verkeerde afslag nemen en ook nog eens een verkeerde weg inslaan. Het is droog als we onze route weer gevonden hebben. We rijden weer waar we vorige zomer fietsten, langs Paleis Soestdijk, tussen Hilversum en Baarn.

Dan parkeren we de auto aan de rand van Baarn bij een groot landhuis, steken de spoorweg over en fietsen het bos in. De vogels fluiten en al snel zie ik de eerste bosbesstuikjes. Heel klein en laag bij de grond, maar geen enkele bes eraan.

image

Ik stap van mijn fiets af en wil verder speuren. Er zou toch wel wat te vinden zijn? Of zijn we echt veel te vroeg en hangt er nog geen enkel blauw besje aan de miezerige struikjes. Het bos is hier gemengd. Doris en ik weten dat de bosbes het beste gedijt onder de hoge dennenbomen. Daar is het blijkbaar licht genoeg.

Maar hier groeien ze ook onder de eikenbomen. We zoeken verder en vinden dan de eerste bessen. We eten ze op en proeven de bes. De smaak van het verleden is voor haar een nieuwe smaak. Je proeft er het bos in, zo kruidig is deze vrucht. Die smaak die zoet en zuur is, waarin je het mos proeft, de takjes en de rottende bladeren.

Dit is de bosbes.

Lees morgen het vervolg: het bos in een potje