Ik besluit toch af te buigen naar de hut op de grote plas. Een echtpaar met een kinderwagen staat met de rug naar de openingen toe. Een man en een echtpaar is aan de andere kant druk met elkaar in gesprek. Het jonge stel groet mij vriendelijk en ik duik snel in de richting van een smalle opening.

Dan verraden ze waar ze naar kijken. Vlak naast mij zit een zwaluwnest. 4 kopjes kijken me met de brede, smalle bekjes aan. Dan scheert een ouder door de opening, vlak langs mij heen en geeft het kroost eten. ‘Daarom zitten we omgekeerd zegt het jonge stel.’ De opening van de kinderwagen is eveneens naar hen gekeerd. Zo zien ze hun kroost en de jonge zwaluw in 1 oogopslag.

De braamstruiken laten al de nieuwe vruchten zien. Dat kan een mooie oogst worden dit jaar. Ik zie er al naar uit. De wilgenbossen aan de andere kant van de vaart, zien er prachtig uit. De wind blaast de bladeren zilver, de bomen veranderen in het decor van een sprookje waarlangs de boten tuffen.

Het wilgenbos verliest zelfs niet in de zomer de geheimzinnigheid die je associeert met andere tijden van het jaar. Juist het donker, het gesuis van de bladeren in de wind en de hoge brandnetels. Tussen de wilgen hangen draden spinnenweb en andere webben van kleine beestjes. Mogelijk dat er nog rupsen of andere dieren hun web weven. De combinatie van de populierenpluisjes geven het nog iets extra sprookjesachtig mee.

Als ik verderop langs de vaart rij, wil ik hier doorfietsen. Ik zoek de vaart steeds lager op, dwars door Almere heen en fiets zo door verschillende wijken. Ik zak verder af in de richting van de Groene kathedraal die zich zoveel dieper langs deze vaart bevindt. Zo kom ik langzaam maar zeker terecht in Oosterwold.

Natuurlijk kan ik niet laten om via de bossen van Almere Hout te fietsen naar de plek waar straks de Tiny House Farm zal verrijzen. Nu kijk ik mijn ogen uit naar de oprukkende berenklauw. Het lijkt of de plant zijn grote klauwen zet in het polderland. Overal steken ze metershoog uit tussen de bomen van het bos.

De akker staat er mooi geel bij. Een flinke groep duiven vliegt op uit het veld met de winterkoren. Hoog zweeft een buizerd. Ik vraag mij af of hij de duiven niet in de smiezen heeft. Verderop in de akker met aardappels staat een stelletje te kijken over het uitgestrekte land. Zouden zij hier plannen hebben?

De Groene kathedraal ziet er weer even imposant uit als een paar weken geleden dat ik hier kwam. De zomer maakt de groep bomen tot een gebouw. Ik bekijk het groene bouwwerk vanaf de vlonder op het water. Zo vanuit de laagte, ziet het er weer heel anders uit. Best boeiend hoe zoiets zich steeds ontwikkeld. Een bouwwerk van natuur, verandert voordurend. Elk seizoen is het anders, maar ook per jaar verschilt het weer.

Zo aanvaard ik de terugreis. Ik fiets door het Waterlandse bos weer naar huis, langs het kasteel en zie de stad al liggen aan de andere kant van het Weerwater. Ik vraag mij af hoe het straks zal zijn als ik hier fiets van mijn eigen, kleine huisje naar dit deel van de stad. De omgekeerde route van wat ik vandaag deed. Bijna thuis.