Het warme weer lokt mij ‘s middags voor een heerlijk fietstochtje. Ik wil naar 2 plekken, maar eigenlijk kan ik er maar 1 kiezen. Het wordt een tochtje naar de Lepelaarplassen. Omdat het alweer een tijdje terug is dat ik het voor het laatst deed.

Daarom fiets ik via het Beatrixpark en de Noorderplassen naar mijn geliefde plassen. De omgekeerde route van de gebruikelijke weg die ik meestal fiets. De entree, het schelpenpad, is vanaf deze kant veel mooier dan de uitgang als je van de andere kant komt.

Ik haal een traag fietsend echtpaar in. Ze fietsen heel langzaam naast elkaar en reageren laat op mijn bel. Iets verderop besluit ik om bij de uitkijkpost even te gaan kijken. Een moeder met 2 kinderen staat net in het huisje. Het meisje tuurt door de smalle openingen. ‘Kijk een knobbelzwaan’, zegt ze.

Ze praat tegen het jongetje dat de andere kant op kijkt. Ze vindt de ijsvogel het mooiste, maar het blijft onduidelijk of ze die vandaag al gezien heeft. Waarschijnlijk niet. De lepelaar zoekt ze, maar alle vogels waarnaar ze wijst zijn zilverreigers. De lepelaar vindt het vandaag niet lekker om hier te zijn, lijkt het.

Ze vertrekken weer op de kleine kleuterfietsjes en slaan af in de richting van de woonwijk. Ik kijk nog even, maar zie niet veel spannends. Ik ga liever verder en fiets langs de dijk. Het uitzicht op Almere is genoeg voor vandaag. Als ik verderop het slome echtpaar zie afstappen om te gaan kijken bij de laatste uitkijkpost, besluit ik om ook hier door te rijden.

Op de brug stop ik even. Alle wilgenbomen lijken dezelfde kant op te wijzen met hun kruin. Net als iemand die een wild kapsel heeft na een fietstocht in de storm te hebben gemaakt. Zou het hier ook door de wind komen, het oogt wel zo.

Dan over het smalle fietspad. Heel ver voor mij uit zie ik dat iets mijn weg verspert. Het zijn de jonge koeien. Ze staan midden op het pad. Ik stap af en sta meteen met mijn voet midden in een verse koeienvlaai. Voorzichtig loop achter ze langs.

De koe die midden op het fietspad staat, kijkt mij verbaasd aan. Hé stond die net niet aan de andere kant? Hoe komt hij hier? De koeienogen spreken boekdelen.

Lees morgen deel 2: Afbuigen