Bij mijn zwerftochten door de botanische tuin van de Vrije Universiteit in de pauzes, passeerde ik regelmatig de Tulpenboom. Ik dacht aan de liefde van Jan Wolkers voor deze bijzondere boom en vroeg mij af of hij de boom die hier tegen de waterkant groeide, kende.

In zijn roman De doodshoofdvlinder loopt de hoofdpersoon Paul door de botanische tuin die achter het academische ziekenhuis van de VU, het VUmc, staat. Hij loopt er even doorheen met Carla Middelheim, de vrouw waarmee hij een paar dagen eerder op de sterfdag van zijn vader, een aanrijding had. Ze ligt in het ziekenhuis omdat haar hele gezicht openligt.

Ze steken het bruggetje over achter het ziekenhuis. Deze komt vlak bij de Tulpenboom uit. De verteller merkt het niet op:

Toen ze over het houten bruggetje de botanische tuin inliepen kwam de zon helemaal uit de mist te voorschijn. Een zilveren schijf die ineens warm en stralend werd. Het glas van de kassen en platte bakken glinsterde en schitterde. De hele natuur lichtte onwerkelijk op. (189)

De botanische tuin die Jan Wolkers hier beschrijft, zal niet zo verwilderd zijn als de botanische tuin die ik ken. De hoge planten langs de waterkant en de kassen die verstopt liggen achter de struiken en het hoge riet. Ik genoot ervan tijdens mijn wandelingen in de pauze.

In die tijd werd de tuin met sluiting bedreigd. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de VU vond het complex dat geen onderwijskundig doel meer had, overbodig. Dat het terrein zichzelf kon bedruipen, deed daar geen afbreuk aan. Net als de bijzondere collecties van cactussen en bonsaibomen. Een veredeld tuincentrum noemde hij het.

Na zijn vertrek, mocht de Botanische tuin van de VU ineens blijven bestaan. Bij mijn laatste bezoek aan de tuin, dit voorjaar, hing er een groot bord dat de botanische tuin tot 2030 blijft bestaan. Daarnaast werd de tuin onderworpen aan een grote opknapbeurt.

De grote tropische kas was helemaal overhoop gehaald. Het bassin met de waterschildpadden was leeg en buiten kon ik niet meer bij de plek waar eens de Tulpenboom stond. Net als het stuk waarin de Ginkgo stond, vreesde ik dat het ten prooi gevallen was aan de grijpgrage bouwkranen en graafmachines.

Jan Wolkers: De doodshoofdvlinder. Roman. Amsterdam: Uitgeverij De bezige bij, [1979]. 3e druk, 1999. ISBN: 90 234 3923 6. Prijs: € 10. 244 pagina’s. Bestel