img_20160911_193647.jpgDe titel van Jan Wolkers’ roman De doodshoofdvlinder verwijst naar de vlinder uit de familie van de Pijlstaarten. Deze vlinder komt uit Afrika en Azië en komt in vrijwel heel Europa voor als trekvlinder. De karakteristieke tekening op het borststuk lijkt op een menselijke schedel, waaraan de naam van de vlinder is ontleend.

In Europa kan het dier zich niet voortplanten. In de roman De doodshoofdvlinder van Jan Wolkers komt de Afrikaanse vlinder voor als hij thuiskomt net nadat zijn vader is overleden. Hij verwerkt de gebeurtenissen van de dag en denkt aan het dodenschip waarop zijn vader ligt:

Dat dreigende vaartuig in mensengedaante met zijzwaarden als grote vleugels leek precies op de doodshoofdvlinder die hij in een aardappelveld gevonden had. […]. Hij vroeg zich af hoe een vlinder zo met de mensendood op zijn rug kon rondvliegen. (71/72)

De doodshoofdvlinder staat in het natuuralbum Texel van Jac. P. Thijsse. De tekening is gemaakt door Jan Voerman jr. In het boek Tarzan van de schapen schrijft Wolkers’ biograaf Onno Blom over de relatie van Jan Wolkers met het waddeneiland Texel.

Blom refereert naar de doodshoofdvlinder die Wolkers kent van het Thijsse-album. Later ziet hij een opgezet exemplaar dat hij krijgt van mevrouw Boon. Dit is eveneens op Texel.

img_20160911_193656.jpg

Het verhaal krijgt mythische proporties als hij verhaalt over de doodshoofdvlinder die 3 jaar na Wolkers’ overlijden op diens geboortedag in zijn huis terecht komt. Het dier kan de uitgang niet meer vinden en sterft. Voor Onno Blom illustreert deze komst van het dier, dat Jan Wolkers zijn paradijs op Texel gevonden heeft.

Jan Wolkers: De doodshoofdvlinder. Roman. Amsterdam: Uitgeverij De bezige bij, [1979]. 3e druk, 1999. ISBN: 90 234 3923 6. Prijs: € 10. 244 pagina’s. Bestel