img_20160809_122303.jpgIn het werk van Jan Wolkers komen een paar elementen steevast terug. Zoals de streng gereformeerde opvoeding, de autoritaire vader, het grote gezin en de dood van zijn broer in de oorlog. Vooral het laatste vormt in bijna elke roman een bezwering. Het is een vermenging van rouw, verdriet en weemoed naar zijn in de hongerwinter overleden broer.

In De doodshoofdvlinder gebruikt de verteller het overlijden van zijn broer in de oorlog om zijn vader van katoen te geven. Hij verwijt vader dat zijn weigering zijn kinderen in te enten, heeft bijgedragen aan de dood van zijn broer. Paul denkt eraan als hij bij het kerkhof is en aan het boek over hengelsport denkt. Hij schonk dit boek aan zijn broer toen hij 20 jaar werd.

Er laaide ineens een vurige woede in hem op.
Als mijn vader niet tegen inenting was geweest omdat de hemelse vader zelfs geen mus zonder zijn wil laat vallen, was Hugo niet aan difterie gestorven, dacht hij. Godverdomme. Die klootzak had toch ook een bel op zijn fiets. (61)

Broer Hugo komt verderop in de roman voor als hij spreekt met zijn jongere broer Karel. De gelovige Karel vertelt dat hij de dood van hun broer destijds zag als straf. Karel noemde zijn broer ‘Hugo spugo’, waarna hij een trap op zijn achterwerk kreeg. Bij zijn dood, dacht Karel: ‘Dat komt er nou van’. Aan Paul vertelt hij dat hij er nog steeds zo over denkt.

Vader krijgt een plekje boven zijn zoon en zijn dochter. Pauls moeder spreekt wel over de dood van vaders broer Hendrik, maar niet over hun overleden zoon Hugo en haar jongste dochter die eveneens in de oorlog gestorven was. Hendrik was ongelovig en zag eruit als een duivel, herhaalt ze steeds.

Jan Wolkers: De doodshoofdvlinder. Roman. Amsterdam: Uitgeverij De bezige bij, [1979]. 3e druk, 1999. ISBN: 90 234 3923 6. Prijs: € 10. 244 pagina’s. Bestel