img_20161029_105340.jpgGedurende de schetsen die ze over IJsland schrijft in haar bundel Winter-IJsland groeit er een kind in Laura Broekhuysens buik. Ze schrijft erover als ze bij haar schoonouders logeert in een visserdorp.

Ze merkt op dat ze draagmoeder is van het nageslacht, maar nog altijd moeilijk het vertrouwen van haar schoonfamilie weet te winnen.

Wie zwanger is in een vissersdorp wordt een en al neus. (34)

Vanaf dat moment meandert de zwangerschap door de verhalen over het IJsland. Beide aspecten lopen samen op, gaan soms even uit elkaar, maar vinden elkaar altijd weer. Bijna in iedere schets komt het aan de orde.

Op de langste dag, bij de zomerwende, installeert ze zich op een stoel:

Ik doe niet mee, al ben ik rolbaar. Ik zit met buik en al in een stoel. Ik spreid zoals de doeken mijn vacante gedachtes uit in het landschap, om zich vol te zuigen, om later lekkend en wel boven de liefhebber uit te knijpen. (91)

De deelgenoot van die ‘vacante gedachtes’ is natuurlijk de lezer. De bevalling weet de verteller prachtig te vatten in een verhaal over de vele rotondes die ze moeten nemen op weg naar het ziekenhuis.

Ze zijn ook best wel recalcitrant geweest door stiekem het ziekenhuis te verlaten terwijl het kind elk moment kan komen. Dan is het heel erg zwaar om tijd bij het ziekenhuis terug te komen. Ze telt prachtig de 7 rotondes die de hoofdstad Reykjavík rijk is.

De vroedvrouwen zijn verbaasd dat ze gelijk een naam voor de jongen weten als hij geboren is. In IJsland schijnen ze daar altijd een paar weken over na te moeten denken.

Als het kersverse gezinnetje later naar huis rijdt, verwelkomt haar dochter onderweg al de winter. Zo is het verhaal weer helemaal rond, met het verschil dat een nieuw gezinslid is toegevoegd aan het gezin.

Laura Broekhuysen: Winter-IJsland, Mijn eerste jaar in een verlaten fjord. Verhalen. Amsterdam: uitgeverij Querido, 2016. ISBN: 9789021402178. Prijs: € 15. 136 pagina’s.Bestel