Een uurtje later rij ik in het donker weer terug. Het is snel gedaan, bijna alles is donker. Toch kan ik genoeg zien. Bij de lange donkere tunnel onder de snelweg stop ik even om het trappetje voor de werklui te pakken. Ik klim omhoog en krijg een heus gevoel net met mijn kop boven het wegdek van de snelweg uit te steken. Het verkeer raast met zijn schietende lampjes voorbij.
Zo stap ik even later weer op mijn rijwiel en pak de nieuwe route door het Kromslootpark. Zeker in het donker zie ik niet alle gaten in het fietspad, maar ik geniet van de duisternis, al leidt de lichtkoker links van mij best af. Het verkeer raast door, maar toch contrasteren de overvliegende ganzen met hun gakken dit geluid goed.

Ik nader Almere vanaf het Vroegevogelbos, langs de schaapskooi en duik dan onder de snelweg door. Wat is het hier achter het restaurant Atlantis kaal. Al het bos dat hier achter lag, is verdwenen. Het verkeer krijgt hier alle ruimte in ruil voor al dat groen.

Bij het Weerwater kan ik het niet laten om een foto te maken van de hoogbouw, zo mooi als deze weerspiegelt in het water. De waterhoentjes vechten om de aandacht en zwemmen mij met hoge snelheid tegemoet. Ik heb niks te eten en moet ze daarom teleurstellen. Maar gelukkig hoor ik een nieuwe groep ganzen boven mij vliegen op weg naar hun slaapplaats voor vannacht.