De kracht van Dantes Divina Commedia schuilt in de treffende vergelijkingen, waarbij soms verhaal en vergelijking in elkaar overgaan. Zoals in dit 2e lied uit het middendeel van de Goddelijke Komedie gebeurt.

Dante en Vergilius staan aan de rand van het water, het strand bij de zee, terwijl er een bootje met een engel erin naar hen toesnelt. Ze kijken met een verwachting naar het water zoals mensen al een eind onderweg zijn in gedachten terwijl ze nog staan.

Wij draalden nog aan ‘t strand, ‘t was ons te moede
als iemand die zijn weg nog overweegt,
wiens hart al gaat – maar ‘t lichaam talmt nog even. (vs 10-12, Brouwer)

Alle vakantiegangers herkennen zich in dit beeld van de reiziger die thuis in zijn hoofd al op de bestemming is aangekomen. En later op het vliegveld staat te wachten op de trein, de boot of het vliegtuig, terwijl hij in gedachten allang aan het strand zit.

De vergelijking slaat echter op Dante en Vergilius die in gedachten al de Louteringsberg beklimmen, terwijl ze nog aan het strand staan. Ze kijken de verte in en Dante ziet een licht naderen.

De engel op de boot nadert ze terwijl de dichters staan te wachten. Het licht wordt steeds feller en Dante moet zijn gezicht afwenden. En op zijn knieën met gevouwen handen begroet hij de engel. Vergilius waarschuwt hem: hij zal onderweg meer engelen tegenkomen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 2

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.