Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.