De vroege notities van Konstantin Paustovski in dagboeken en brieven, laten een zeer poëtisch taalgebruik zien. De zintuiglijkheid staat centraal in de vergelijkingen die hij maakt in Goudzand. Het is een beeldspraak die je vangt en die op geen enkel moment gekunsteld overkomt.

Hierbij ook alle lof voor de vertaler Wim Hartog. Hij weet in zijn vertaling heel treffend het Russisch om te zetten in het Nederlands. Je voelt nooit de taal in de weg staan in de vergelijkingen.

Zoals het moment waarop Paustovski schrijft over de eenzame stad Joezovska waarin hij tijdens de Paasdagen verblijft:

Ik ben helemaal alleen achtergebleven in dit grote, voor de feestdagen leeggelopen hotel. Doodse stilte alom. Vuurgloed boven de fabrieken, zwarte straten, in de nachten ritselt regen tegen de ramen, in de achtertuinen janken honden en zeurt een trage, effen wind. Er schuilt iets dofs, ondoordringbaars, lugubers in deze vochtigem mistige nachten, net nachtmerries van Goya. (75/77)

Konstantin Paustovski weet in deze vergelijkingen en vermenging van zien en horen, prachtig de eenzaamheid te treffen. Dat hij hierbij enerzijds de natuur en anderzijds zijn eigen gevoel meeneemt, is bijna vanzelfsprekend, maar je leest dit bijna nooit bij een schrijver. Voor Konstantin Paustovski hoort dit bij elkaar. Hij pakt je met dit taalgebruik dat zweeft tussen poëzie en proza in.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel