De boerencamping vlakbij Denekamp staat vol met caravans. Bij elke caravan hangt de was – altijd een theedoek – en staan 2 grote tuinstoelen met een bijbehorende tafel. Als we aankomen is het net etenstijd.

Ik loop over de camping op zoek naar een plekje en informeer meteen naar de eigenaar. Die is even weg. We kunnen onze tent wel ergens opzetten, vindt een gast. Hij ruikt naar bier en is zichtbaar aangeschoten. We lopen over het terrein. Alleen maar caravans. Geen enkele tent. En alleen maar senioren.

Ze kijken naar ons met bewondering én afgunst. Helemaal op de fiets? En hoezo een tentje. Een man komt net terug van de afwas en stapt met de schone vaat in de afwasbak zijn caravan in. Wij zetten onze tent op. Ik rommel wat met het pitje en zie dat alle ogen op ons gericht zijn.


Na het avondeten komt de eigenaar langs en zegt dat het prima is dat we hier een nachtje. We rekenen meteen af en ik praat met hem over koetjes en kalfjes. Letterlijk. Hij is melkboer geweest. Met pijn in het hart heeft hij afscheid genomen van zijn veestapel.

De man is net zo oud als ik, houdt echt van boeren, maar merkt dat de opbrengst niet opweegt tegen de baten. Het is meer hobby dan dat je ervan kunt leven, stelt hij.

Dat valt mij op. Ik hoor het vaker tijdens deze vakantie. Veel boeren op boerencampings zijn gestopt met boeren. Het kost meer dan het oplevert. Jammer om te zien hoe het platteland geleidelijk leegloopt en het leven eruit loopt.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.