Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’