Bezit het eerste deel, de hel, vooral wroeging en ongenoegen over de situatie in Florence. In de Louteringsberg verschuift dit element meer naar de achtergrond. Hier zitten de mensen die vaak het slachtoffer zijn van de problemen in Florence en bepaalde machthebbers.

Hij komt ze in deze 6e Canto ook tegen. Al weet Dante hier ook flink tekeer te gaan over de toestanden in zijn geboortestad en Italië. De ontmoeting van de stadgenoten Vergilius en Sordello, maken veel los bij Dante. Hij verafschuwt dat zijn land verscheurd is.

Geknecht Italië, o haard van lijden,
Schip zonder stuurman nu het noodweer woedt,
U hebt geen volk, maar een bordeel te leiden!

Die ziel, zo edel, heeft met grote spoed,
Toen men van Mantua begon te spreken,
Zijn medeburger vreugdevol begroet.

Nu is het altijd oorlog in die streken.
Ook als één wal met gracht de stad omgeeft,
Ziet men er moordlust weer de kop opsteken. (vs 76 – 84, Cialona en Verstegen)

De vergelijking die Dante hier trekt, is weer prachtig. Hij vergelijkt Italië met een schip dat stuurloos op zee ronddobbert. Er woeden woeste stormen, maar er is geen stuurman. Hij gaat zelfs nog een stapje verder: hij vergelijkt Italië met een hoer.

Het beest is losgeslagen. De kerk misdraagt zich en de echte heersers zijn er niet. Dante lijkt zich te beroepen op lang, vervlogen tijden. Waar is de tijd dat de Romeinse keizers het land nog goed in bedwang hielden? Nu treden de geestelijken alles met voeten. Ze hebben lak aan het geloof en aan hun verantwoordelijkheid.

Ik kan mij voorstellen hoe mooi deze verzuchtingen in het Italiaans klinken. Het zijn de verzuchtingen van iemand die met liefde over zijn vaderland spreekt. Het verlangen klinkt hier boven de woede uit.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 6

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.