Bij het opvoeren van de memoires van zijn vader, spreekt de zoon zijn vader soms aan. Als zijn vader schrijft over de martelingen van de Japanners. Zijn handen waren opgezwollen en hij verging van de pijn. Dan wordt het de zoon te veel. Hij herinnert zich hoe zijn vader hem mishandelt als hij 7 jaar oud is. Hij kan zijn veters nog niet strikken. Voor straf moet hij zijn vingers op het aanrecht leggen.

Het aanrecht was van graniet. Ik krulde mijn vingertoppen om de rand tegen de striemende slagen. Het graniet was koel en verzachtte de stekende pijn. Je gaf me een tweede kans. Ik slaagde er nog minder in een behoorlijke strik te leggen. (148)

Het verhaal van de vader wordt vervolgd. Hij vertelt over de opgezwollen handen waarmee hij probeert te lassen. Hij moet huilen van de pijn, maar klaagt niet. Ook hier onderbreekt de zoon hem.

En bij mij ook niet. Dit even ter herinnering. Overigens, bij mij geen tranen. Die gunde ik je niet. (149)

Een treffende dialoog van de zoon met de memoires van de vader. Hierbij spreken de verhalen tegen elkaar op papier. Het laat zien dat de roman De tolk van Java een prachtige dialoog in verhalen is, waarbij de zoon vecht tegen zijn vader. Maar hij kan dat gevecht niet winnen. Tegen de herinnering kun je niet vechten.

Alfred Birney: De tolk van Java. Breda: Uitgeverij De Geus, 2016. ISBN: 978 90 4453 6447. 386 pagina’s. Prijs: € 22,50.Bestel