Het is donker en Dante wordt door slaap overmand. Hij vindt een rustig plekje om te liggen en valt in slaap. Hij heeft een visioen hoe hij door een adelaar in de lucht gedragen wordt.

In Dantes visioen verwijst de verteller naar allerlei klassieke mythologische verhalen van onder andere Philomela en Gyanymedes. Het zijn mooie verhalen waaraan Dante soms zijn eigen draai geeft. De verwijzingen die Dante maakt, vormen een soort halfbewust zijn in de slaap.

Hij schrikt namelijk wakker en merkt dat hij heel ergens anders ligt dan de plek waar hij in slaap is gevallen. Hij is namelijk gedragen door Lucia naar een hoger gelegen plek, bij ingang van de louteringsberg. De zon schijnt al volop en Dante hoort van Vergilius hoe hij hier gekomen is.

Ook hier schrijft de verteller in allerlei allegorische verwijzingen naar de gebeurtenissen. En precies op dat punt wendt de verteller zich plotseling tot de lezer:

Gij – lezer – ziet, hoe ‘k wil mijn stof bewerken
In hooger stijl; verbaze’ U niet mijn haken
Om met meer kunst hier deze te versterken.

Wij naderden en konden daar geraken,
Waar wat ik eerst als breuk in ‘t oog kon krijgen,
Naar men een spleet in die muur ziet maken,

Een Poort mij bleek, waarheen drie treden stijgen,
In kleur verscheide’ elkaar tot toegang schragen
En waar een Wachter voor zat, die bleef zwijgen. (vs 70 – 78, Rensburg)

Je krijgt als lezer een inkijkje in de worsteling van de verteller om niet alleen zichzelf maar ook zijn personage op een hoger niveau te krijgen. De ingang van de louteringsberg is hier.

De verteller voert de lezer mee omhoog naar het hogere. Werd hij door Lucia op deze hoogte gebracht, vergezeld door Vergilius. Hier neemt Dante de lezer mee omhoog. Het is een prachtige vergelijking die Dante hier doorvoert.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 7

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.