Met liefde schrijft Jan Cremer over Twente. Is het in zijn debuutroman Ik, Jan Cremer juist de Twentse benepenheid die het moet ontgelden, in Odyssee, Fernweh is het de basis van waaruit vader Jan Cremer werkt. Hij keert na al zijn reizen altijd weer terug in Enschede om weer zijn diensten als elektricien aan te bieden. Al gooit hij gerust de winkel weer dicht om een paar maanden op reis te gaan naar Spanje of Syrië.

Jan Cremer schrijft dat zijn vader niet de voorkeur voor de zee heeft. Hij heeft liever vaste grond onder de voeten. Mogelijk ook veroorzaakt door zijn achtergrond. De Twentse bodem brengt hem naar het verlangen naar stevige grond en niet naar de onstuimige zee:

Opgegroeid immers in het lage land, tussen de Overijsselse Heuvelruge en het Teutoburger Wald was hij thuis in de dichte wouden voorbij Münster. Hij maakte daar dagenlange wandeltochten en logeerde dan in Hotel Drei Kronen in Tecklenburg. (132/3)

Tegelijkertijd zorgde het bij de oude Cremer wel voor een voorliefde voor de bergen. Hij hield niet van het vlakke land. Dat had zijn vader gemeen met Jan Cremers moeder: zij heeft nooit kunnen aarden in het kale en vlakke land en verlangde hartstochtelijk naar de heuvels en bergen van haar jeugd.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel