De eerste zielen komen op het tweetal af na het tafereel met de berg waarop figuren levensecht staan afgebeeld. Ze verwijzen naar de voorstellingen van nederigheid. De dansende koning en de nederige Romeinse keizer. De schimmen zien er echter verschrikkelijk uit. Ze dragen een last waardoor ze helemaal voorover gebogen voortschrijden.

Zoals, om zoldering of dak te schoren,
als kraagsteen menigmaal figuren dienen,
die tot de borst hun knie naar boven trekken,
zodat bij wie ze ziet hun schijnbaar lijden
vaakl echte pijn verwekt: zó saamgekrompen
zag ik de schimmen daar bij scherper schouwen. (vs 130 – 135, Kops)

Dante vergelijkt ze met de gestalten die als pilaren gebouwen ondersteunen, kariatides of atlanten. Vooral de atlanten staan vaak voorovergebogen door het grote gewicht dat ze moeten torsen. De een gaat meer onder het gewicht gebukt dan de ander, ziet hij zoals ze het duo toenaderen.

Deze mythologische figuren dragen vaak de zware pedaaltorens van het orgel. Zo ken ik ze bungelend onder de orgeltorens in Kampen, Zwolle en Vlaardingen. Soms met een scheur dwars door het lijf, maar zwaargespierd. Al oogt de een vermoeider dan de ander. Ook omdat deze atlassen de zware last van de wereld dragen.

De schimmen die Dante ziet naderen, dragen hun eigen last van de hoogmoed. Voorlopig is dat zwaar genoeg.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929/1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.