De laatste zin, de 16e boekenvraag. Een laatste zin die mij altijd is bijgebleven komt uit Gerard Reves roman De Avonden. Het is eigenlijk de voorlaatste zin, voordat de hoofdpersoon Frits van Egters zich laat vallen op bed en in slaap valt.

De laatste alinea luidt:

Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven’. Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap. (222)

Een heerlijke zin, kenmerkend voor Gerard Reve. De verteller gebruikt hier de litotes, de stijlfiguur van de dubbele ontkenning. Een stijlfiguur waar vooral de Engelsen goed in zijn.

Over de laatste zinnen. Vaak ligt het accent op de eerste zin van een roman, maar bij het zoeken van een universiteit bezocht ik Nijmegen. Ik wilde dolgraag in Nijmegen gaan studeren en kreeg een dag lang colleges.

Als onderdeel bij het middageten, kregen we een quiz met een aantal laatste zinnen uit romans. We moesten raden uit welke roman de betreffende zin kwam. Daartussen stond ook deze zin van Gerard Reve. Ik was er best goed in en ging zelfs met het prijsje naar huis.

Zo geniet ik regelmatig nog van deze laatste zin. Minstens zo belangrijk in een boek als de eerste zin. Is de eerste zin voor een roman de paukenslag aan het begin. De laatste zin hoort een mooie slag te zijn aan het einde van het concert.

Iets wat Gerard Reve heel mooi doet in De Avonden