Het heerlijke weer lokt me naar buiten en als ik bij De Kemphaan ben, fiets ik meteen verder naar ons toekomstige landje. Het terrein is afgezet met paaltjes.

De bodem ziet eruit als een gebarsten vloer. Kurkdroog met grote scheuren erin. De rupsbanden van de bodemonderzoekers hebben het tot een hobbelig terrein gemaakt. Hier wordt aan het eind van het jaar iets moois gebouwd.

Ik ben onder de indruk van de grootte van het land. De boer heeft het naastliggende land geploegd waardoor de contouren van onze toekomstige straat zich duidelijk aftekenen.

Nu ploeg ik door de akker en loop naar het uiterste paaltje aan de rand van het gebied waar de Tiny House Farm komt. Wat een groot terrein is het. Ik speur tussen de sporen van rupsbanden.

Hier komt waarschijnlijk ons huisje. Ook zie ik gaten van het archeologisch onderzoek. De klei die ernaast ligt, komt waarschijnlijk al wat dieper uit de bodem.

Terwijl ik hier zo sta en besef dat we hier – precies op deze plek – komen te wonen. Dat ik op mijn toekomstige landje sta. Of misschien in de sloot die naast ons huis komt. Ik ben onder de indruk. Het besef, dat het nu wel heel dichtbij komt. De grond is zelfs tastbaar. Ik neem een stukje klei mee. Als aandenken en bewijs. Dit is de grond waar wij straks op zullen wonen.