Op de eerste etage, daar is de grote wisseltentoonstelling over Surrealisme in het Museum Boijmans Van Beuningen. De kunst uit de eerste helft van de 20e eeuw met vertegenwoordigers als Dali, Miro en Magritte.

De smalle pijpenlade in het midden is van zichzelf al surrealistisch. Ik kijk met verwondering naar de massa mensen die zich in dit smalle deel van de ruimtes heeft samengeklonterd. Vanzelfsprekend hangen hier de mooiste schilderijen.

Centraal staan niet alleen de Surrealisten, maar ook de verzamelaars. Wat te denken van mensen als Roland Penrose of het echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch. Mensen die groot op wand staan afgebeeld. Ze zijn het mooiste als ze midden tussen hun collectie zitten.

De liefdesrode bank van Dali, verbeeldend de lippen van Mae West. Je zou er zo op willen zitten, liggen en rollen in de zachte lippen. Het is een bank, maar mijn hoofd maakt er een liefdesnestje van. De beminnelijke lippen nog dicht voordat ze de kus zullen geven.

Of het meisje met het springtouw. Van veraf overweldigend door de oranje woestijn waarin ze staat. Als je dichterbij komt, krijgt het schilderij een totaal andere werking. De mensen die in de woestijn lopen, de gebouwen in de verte. Het is een heel ander schilderij geworden waarbij het silouet van het touwtjespringende meisje midden in de woestijn alle aandacht trekt.

In de pijpenla – het is geen pijp – hangen prachtige werken van Ernst, Dali en Margritte. Vooral de surrealistische schilderijen die helder en in felle kleuren zijn, komen het sterkste over. De vrouwen waarvan de haren veranderen in struiken, trekken je het schilderij ‘L’Appel de la Nuit’ van Paul Delvaux in. Hier vloeit het werk mooi over met voorgaande schilders als Toorop naar het surrealisme. Zulke overgangen waarin de natuur terugkomt, herken ik in deze schilderijen.

Niet alles komt even surrealistisch over. Wat van de tram die door de straat rijdt waar schaars geklede dames achter het raam zitten? Ik weet niet wat surrealistisch aan dit schilderij van Paul Delvaux uit 1939 is, maar misschien kijk je er anders aan in een tijd waarin je veel naakt ziet.

Het boekje bij de tentoonstelling meent dat röntgenfoto’s laten zien dat op de plek waar de tram rijdt, een naakte vrouw stond en dat haar sporen nog altijd zichtbaar zijn. Niet te zien.

Dat levert een tentoonstelling van surrealistische schilderijen zeker op: de indruk dat alles wat je ziet in je hoofd gevormd wordt. Het is niet wat het lijkt, het is slechts een afbeelding van de verbeelding. Die bewustwording overkomt je zeker bij deze fraaie tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.