Ik besluit om verder te rijden over de dijk, langs het bijzondere huis. Het lag vroeger ver buiten Amsterdam, nu raast het verkeer er van de A10 langs. Er wordt hier gewerkt aan de sluis, maar voor de fietsers is er een alternatieve route op vlonders aangelegd. De brug over het kanaal is volgekliederd met graffiti.

De woonboten die op het water achter de brug dobberen, zijn allemaal beschilderd en half vermolmd. Hoe kunnen hier mensen leven. Een zwaan heeft hier een nest gebouwd terwijl de fietsers hier omhoog klimmen.

Dan ben ik zo bij de kringloopwinkel Juttersdok. Ik kan het niet laten om hier even een kijkje te nemen. Zo loop ik er even later uit met de enige historische roman van A.F.Th. van der Heijden Ochtendgave. Ook heb ik een boek gevonden met korte bijdrages van Armando over zijn verblijf in Berlijn, in de jaren ’80. Boeken die ik niet heb en zeer welkom zijn in mijn bibliotheek.

Een slok water en ik rij in de richting van het centrum. Ik besluit om via station Amsterdam Centraal te fietsen. Mogelijk kom ik dan wat sneller vooruit dan wanneer ik via de binnenstad in de richting van de Westerkerk rij. De tegenwind en de regen worden er niet minder op. Ik haal soms een moeder in die met een leeg achterzitje rijdt.

Bij het stoplicht sta ik dan stil om haar even verderop opnieuw in te halen. Bij het muziekgebouw zie ik een donkere wolk in de richting van de stad blazen. Zou er een brand zijn in het havengebied? Het lijkt er wel op als ik zo kijk. Ik maak een foto en zet het op Instagram met de vraag of iemand weet waar dit vandaan komt.

Ondertussen eet ik hier op het bankje van het aidsmonument met zicht op het IJ, een broodje met bramenjam. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: er is een flinke bedrijfsbrand in het havengebied.

Als ik dan achter het station omrijdt, pak ik niet de tunnel die meteen voor het station uitkomt, maar eentje verder. Zo kom ik vrijwel meteen op de juiste gracht, de Prinsengracht. Een lange rij voor het Anne Frankhuis zie ik staan. De wandelaars zijn heel slordig met oversteken. Ze kijken niet of het kan, maar gaan gewoon.

Toeristen die niet gewend zijn aan fietsers. Net als dat er veel fietsers zijn die niet gewend zijn aan fietsen. Je herkent ze snel aan opzichtige fietsen waarmee ze als grote groep samengeklonterd fietsen. Zo ontwijk ik alle mogelijke wandelaars op weg naar de Westerkerk. Niet zo ver als het lijkt.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Helder en heerlijk licht