Dit reisboek staat aan de wieg van het moderne reisverhaal. Dat verklapt de achterflap van Nicolas Bouviers reisboek De wegen van de wereld.

Reisverhalenschrijvers als Redmond O’Hanlon en Colin Thubron zouden zich hebben laten inspireren door dit verhaal.

Nicolas Bouvier maakt samen met zijn vriend en schilder Thierry Vernet een reis van Joegoslavië tot de Khyberpas in Pakistan. Ze maken de tocht door de Oriënt in een tweedehandse Fiat Topolino. Een reis waarbij het duo regelmatig sleutelt aan de auto om hem weer aan de praat te krijgen voor de volgende etappe. Een reis vol ontberingen, gevaar en tegenslagen.

De manier waarop Nicolas Bouvier de reis verslaat, blijft zeker hangen. Hij heeft een licht-ironische vorm waarmee hij alles wat hij tegenkomt te lijf gaat. Het zijn beschrijvingen die een herkenning opleveren, maar zeker ook een glimlach op het gezicht.

Komische situaties

Nicolas Bouvier weet in zijn boek op een boeiende manier mensen en situaties te beschrijven. De verhalen zijn echt heel komisch. Al is het niet altijd om te lachen. Zoals het moment dat zijn aantekeningen zijn verdwenen. Het blijkt dat alle winteraantekeningen in een witte enveloppe zijn weggegooid door de boy.

In de verzengende hitte gaan ze zoeken op de vuilnisbelt. Halverwege de middag houdt Thierry een lege enveloppe omhoog:

Uitgeput, onze schoppen achter ons slepend, liepen we met de besmeurde envelop en vier als door vuur verzengde stukjes papier terug naar de auto. Op de laatste snipper was nog te lezen: ‘novembersneeuw, die monden snoert en ons in slaap wiegt.’ Het was hier smoorheet, je brandde je handen aan het stuur, onze gezichten en armen waren bedekt met het zout van ons zweet. Ons geheugen leek een zwart gat: bittere kou, Tabriz, hartje winter…?! Ik moest het allemaal hebben gedroomd. (311)

Dat laatste geldt zeker voor de ontwikkeling in het boek. De reis die de 2 jongens maken dwars door Azië op weg naar Pakistan in een oude Fiat. Het is een lange reis vol ontberingen, waarbij ze ondanks de tegenslagen het helemaal tot aan de gefaamde Khyberpas weten te brengen. Al maakt Nicolas Bouvier het laatste deel van de reis, vanaf Kabul alleen. Zijn vriend Thierry is dan vertrokken naar Ceylon.

Spannend jongensboek

Het reisverslag leest als een spannend jongensboek. En al lezend, waan je zeker de verhalen van O’Hanlon en Thubron voor je. Het reizen zelf, waarbij ontberingen, de ontmoetingen en bijzondere voorvallen bepalend zijn voor het verhaal. Niet zozeer de bestemming met de gebouwen, maar de gebeurtenissen onderweg tellen mee.

Daarmee lijkt het boek bijna niet meer op een traditioneel reisverhaal, maar bijna meer op een roman waarbij de reizigers tot romanfiguren zijn geworden. Een bijzonder effect. De wetenswaardigheden onderweg zijn ondergesneeuwd. Belangrijker is de ontmoeting met jezelf en de ander.

Nicolas Bouvier: De wegen van de wereld. Oorspronkelijke titel: L’Usage du monde. Vertaald door Floor Borsboom. Amsterdam: UItgeverij Bas Lubberhuizen, 2009. [1963]. ISBN: 978 90 5937 216 0. 382 pagina’s. Prijs: € 24,90. Uitverkocht