Op de gok hijs ik het diertje in de richting van het nest, open met mijn vingers het groen en laat het daar ergens vallen. Het jonge vogeltje dwarrelt weer naar beneden, half fladderend. Dat is niet de bedoeling.

Ik zoek het diertje weer, het zit ergens in de buxushaag. Weer geritsel. Het beestje belandt op het voetpad en ik kan het weer opscheppen. Ik geef het aan Inge en ga een krukje halen om er beter bij te kunnen. Het vogeltje laat een poepje in Inges hand vallen.

Ik klim op het krukje en neem het diertje weer over. Daar zit het nest duidelijk. Ik kan er nu goed bij. Het vogeltje breng ik naar de voorheen veilige plek. Er zit nog een jong. Ik kan niet zien of het dier nog leeft of dat de kat deze heeft vermoord. Bah, wat zijn katten toch een rotbeesten. Ze vermoorden mijn vrienden.

Daar laat ik ze achter. Het wordt donker. Gaan ze de nacht halen. De gillende ouders kalmeren, maar ze gaan niet meer naar het nest. Dat is geen goede ontwikkeling. Ik hoor het gekrijs van de ouders nog in mijn oren tuten.

De volgende morgen bij het wandelen met de honden staan de oudermerels druk aan het rondvliegen. In de bek hebben ze wormpjes vast. Zou het toch lukken? Ik zie ze niet naar het nest vliegen. Ze zoeken wel. Met zachte kluukjes roepen ze naar hun kroost. Geen beweging.

Ik moet weer weg. Als er ‘s avonds weer een kat zit te loeren naar het nest, ben ik onverbiddelijk. Ik gooi een flinke plens water in de richting van het beest. Eigen schuld, dikke bult. Maar geen bedrijvigheid meer rond het nest. Toch meen ik duidelijk te horen dat ze het jong roepen. Zou het toch de nacht gehaald hebben?

Als ik de volgende avond kijk uit het slaapkamerraam, zie duidelijk het nest liggen in het groen. Zonder jongen. Zouden ze het gehaald hebben? Ik heb geen idee. Al hoor ik vandaag wel heel vaak ekster, kauwtjes en gillende merels. Zou het jonge vogeltje de volgende levensgevaarlijke levensfase zijn ingegaan?

Op onderzoek naar het nest, vind ik er nog een ei in. Het nest verlaten, het ei is niet uitgekomen. Ik verbaas mij over de bouwkunst van de merels om zo’n mooi nest op te bouwen. Spijtig dat ze verdwenen zijn.