Dante ontwaakt uit het visioen dat hij ziet door het licht dat hem treft. De verteller vergelijkt het met het wakker worden uit de slaap als er nieuw licht op iemands oogleden valt. Hij hoort een stem spreken en krijgt te horen wat de weg is die Dante en Vergilius moeten vervolgen.

De verklaring krijgen Dante en de lezer van Vergilius. De stem die Dante zojuist hoorde, is van een afgezand van God. De gezant verbergt zich in het licht, maar wijst wel de weg naar boven. En zo vinden de 2 de trap die naar boven gaat. Onderweg naar boven worden ze nog begeleid door woorden uit de Bergrede.

Al klimmend merkt Dante dat het steeds lastiger wordt omhoog te komen. De verteller maakt hier een mooie vergelijking:

“O waarom kracht begint gij zoo te wijken?’-
Zei ‘k in me zelf, terwijl ‘t gevoel mij kwelde,
Dat met mijn beenen ‘k méér niet kon bereiken.Wij ware’ al, waar de trap niet hooger helde,
En zaten roerloos neder in die oorden
Gelijk een schip, dat naar het strand toe snelde.

En ‘k wachtte’ een korte pooze of ik hoorde
Het een of ander op die nieuwe Ronde,
Toen wendde’ ik tot mijn Heer mij met de woorden:

“Mijn goede Vader, zeg mij: Wat voor zonde
Moet deze Kring, waarin wij zijn, weg vagen?
U woord ga voort, zoo stil Uw voeten stonden”. – (vs. 73 – 84, Rensburg)

De vergelijking met het schip dat strandt, is bijzonder treffend weergegeven. Je ziet de beweging voor je van de klimmende mannen zonder dat ze vooruit komen. Het is zo’n vergelijking dat dit boek van Dante zo bijzonder maakt. Je ziet het voor je gebeuren!

De reden dat ze niet meer hoger komen, ligt aan het gedeelte van de Louteringsberg waarop ze gekomen zijn, de 4e omgang. Hier krijgen de tragen en lustelozen hun loutering. Daarna begint Vergilius een mooie verhandeling over de liefde.

Ze staan hier op de grens van de zonden gerelateerd aan de omgang waar ze zich bevinden. De eerste 3 omgangen op de verkeerd gerichte liefde voor de naaste (trots, afgunst en toorn), de andere voor een gebrek aan liefde (traagheid en lusteloosheid) en de laatste 3 zonden voor een te grote liefde voor iets (hebzucht, gulzigheid en wellust).

Gedichten rond Canto 17

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.L. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.