Terwijl Dante naar zijn leermeester luistert, nadert een groep zielen vanuit de verte. Ze zijn hier in de vierde omgang, waar de tragen zitten. De menigte die hun tegemoet loopt, heeft de vaart er aardig in zitten.

Ook hier speelt Dante met de tegenstelling. De zondigen krijgen de tegenovergestelde straf om zich te reinigen van hun zonden. Vergilius vraagt aan de voorste 2 zielen waar de dichtstbijzijnde uitgang is van dit deel van de Louteringsberg.

Ze willen de 2 graag de weg wijzen, maar vertellen er wel bij dat ze een beetje haast hebben. Gelijk maakt Dante gebruik van de gelegenheid om de abt van het San Zeno-klooster in Verona zijn verhaal te laten vertellen. Hij heeft het klooster op schandelijke wijze nagelaten, onder invloed van de heer van Verona.

Hij laat zijn bastaardzoon het beheer over klooster voeren, terwijl de abt hier zijn plicht verzaakt. De zoon is lichamelijk en geestelijk misvormd, stelt de abt. Vanwege het gebrek aan daadkracht zit hij hier bij de tragen.

Of hij nog meer vertelt, hoort de verteller niet meer. De trage is hem al ver vooruit gesneld. 2 nieuwe tragen rennen voorbij. Al passerend noemen ze de voorbeelden van traagheid. Het lijkt wel of Vergilius en Dante midden in een hardloopwedstrijd zijn beland.

Daar wordt Dante opnieuw getroffen door een visioen, een droombeeld, waarmee hij aan het begin van deze vierde omgang, in canto 17, ook al door geraakt werd:

En toen de schimmen al zo verre waren
dat onze blik ze langer niet kon volgen,
drong in mijn geest een nieuw gepeins naar binnen,
waaruit zich telkens nieuwe weer verhieven.
En van het ene doolde ik naar het andre,
tot zich mijn ogen van vermoeidheid sloten…
En mijn gepeins ging over toen in dromen. (vs 139 – 145, Christinus Kops)

Het denken slaat over in gepeins. Bij het sluiten van de ogen gaat de fantasie werk. De ene gedacht volgt na de andere en het mondt uit in dromen. Het lijkt wel of hier een dichter en schrijver aan het werk is.

Gedichten rond Canto 18

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929 – 1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.