De vergelijking waarmee de 21e zang uit de Divina Commedia begint, is voor mij dé reden om zo gek te zijn op dit werk. De verteller wil dolgraag weten waarom de aarde zojuist beefde en de zielen het ‘Gloria in exelsis Deo’ zongen.

Dante vergelijkt de hunkering naar kennis met de dorst die Jezus had bij de put van Jacob. Prachtige verwijzing naar dit bijbelverhaal zonder de naam van de zoon van God te noemen:

De aangeboren dorst, dien niemand keerde,
Dan zoo Genade ‘t water wou verstrekken,
Dat de Samaritaanse een begeerde,

Doorbrandde mij en liet mij sneller trekken
Op ‘t lastig pad, mijn Gids in ‘t spoor gebleven,
En wraak naar Recht kon er in mij meelij wekken. (vs 1 – 6; vert. Rensburg)

Maar ze hebben ongelooflijke haast en zo holt Dante achter zijn begeleider Vergilius aan. De volgende prachtige vergelijking dringt zich hier op. De verteller is op dreef met zijn (bijbelse) vergelijkingen. In deze canto volgt de ene brilliante vergelijking na de andere.

En zie: gelijk ‘t in Lucas wordt beschreven,
Dat Christus op hun weg twee begeleidde,
– Uit de spelonk des Grafs toen al verheven –

Kwam ons van acht’ren zoo een schim ter zijde,
Neerstarend op de schaar, die lag beneden,
En voor hij sprak, zag hem geen van ons beide. (vs 7 – 12; vert. Rensburg)

Plotseling komt er een schim naast de 2 lopen. Ze zien hem pas als hij begint te praten. Hier verwijst de verteller naar het verhaal van de Emmaüsgangers na de opstanding van Christus. De 2 reizigers naar Emmaüs zijn druk verwikkeld in een gesprek met een onbekende man. Pas aan het eind van het gesprek openbaart hij zich als Jezus.

De schim begroet ze. Pas dan merken Dante en Vergilius hem op. Ze zijn ook veel te druk bezig om goed te kijken waar ze hun voeten zetten. Er liggen allemaal schimmen op de grond en daar willen ze niet op gaan staan. Het antwoord van Vergilius snapt de schim niet. Hij vraagt zich af wat Dante en Vergilius hier doen.

Vergilius legt het kort uit, net als dat hij vertelt over Dante. Dante ziet de dingen hier anders dan wij ze zien. Dat komt omdat hij nog leeft. De rest zijn allemaal schimmen, maar Dante is al wel uitverkoren en daarmee toegelaten in de hemel. Kijk maar naar de tekens die de engel op zijn voorhoofd hoofd gegrift.

Daarna vertelt Vergilius meteen over het eerdere deel van de reis en dat hij de begeleider is van Dante. Pas dan vraagt Vergilius wat het beven van de aarde zojuist betekende. De verteller is helemaal opgelucht: Vergilius vraagt precies wat hij al die tijd al wilde weten.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.