In snelle pas lopen de 3 dichters verder over de 6e omgang van de Louteringsberg, waar de gulzigaards worden gestraft. Ondanks de snelheid krijgen de zielen nog genoeg de kans om te zien dat Dante nog een levende ziel is.

Overigens heeft de snelheid waarmee ze lopen geen invloed op het gesprek dat Vergilius, Statius en Dante met elkaar tijdens het lopen voeren. Ze kijken hun ogen uit naar alle gulzige zondaars die ze hier treffen. Dante noemt ze niet allemaal bij naam, terwijl hij heel veel namen te horen krijgt. Het geeft iets moois aan de verbeelding.

Gelukkig noemt hij wel wat namen, zoals de paus die zo gulzig is dat hij palingen in de witte wijn laat zwemmen voor hij ze opeet. De anderen die zich hier zuiveren van hun aardse bestaan, zijn allemaal wat minder extreem.

Dante krijgt de lof toebedicht over zijn vroegere werk van een Bonagionta uit Lucca. Hij vertelt aan de dichter hoezeer zijn nieuwe dichtstijl, de dolce stil nuovo, mensen in vervoering heeft gebracht. De Liefde als inspiratiebron. Nu ondenkbaar dat dit in Dantes tijd revolutionair was.

De groep zielen spoedt opeens weg. De vergelijking die de verteller maakt, is prachtig.

Gelijk de vogles, aan de Nijl verwintrend,
soms in de lucht zich tot een drom verzaamlen
en dan in lange rij snel henen vliegen,
zo zag ik daar de drom die ons omringde
het hoofd omwenden en de pas versnellen,
licht door vermagering en door verlangen. (vs 64 – 69; vert. Christinus Kops)

De zielen vliegen op als een groep overwinterende vogels aan de Nijl. Ze verzamelen zich snel en spoeden weg.

Forese die Dante al in de vorige canto ontmoet heeft, laat alle zielen voorbij gaan. Ze voelen zich zo licht als een veertje. Forese vindt zijn oude vriend weer en vraagt hem wanneer hij hem zal zien?

Dante weet het niet wanneer hij zal sterven. Hij hoopt dat het nog even zal duren. Bovendien roept de stad van wie hij zoveel houdt hem. Hij kan op aarde nog even niet gemist worden.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.