Als Bill Bryson in De weg naar Little Dribbling het Natural Historic Museum in Londen bezoekt, is hij verwonderd hoe het museum is toegetakeld. Zijn herinnering komt niet meer overeen met het beeld dat hij nu krijgt van dit museum.

De rust van vroeger is vervangen door een permanente dynamiek en luidruchtigheid. De groepen mensen bestaan uit veel buitenlandse toeristen. Ze lijken overal herrie bij te moeten maken. Verder oogt de museumwinkel meer als een overbelaste speelgoedwinkel. Met een museum heeft dit niet veel meer van doen, concludeert Bryson als hij in het wereldberoemde museum is.

Hij is er voor een expositie over de eerste mensen die zich in Groot-Brittannië vestigden. Het zijn mensen van wie resten vuursteen zijn teruggevonden. Bewerkte vuursteen om precies te zijn, ze zouden afkomstig zijn van een groep mensen die niet zo goed te definiëren is. Daarom heten ze maar ‘eerste mensen’.

Dat is de betaalde tentoonstelling, waardoor het hier nog vrij rustig is. Natuurlijk komt hij weer uit op een winkel waar je spullen kunt kopen die niet altijd verband houden met de expositie. Hij snapt het ook wel. Het is het lot van een gratis museum die zichzelf moet zien te bedruipen. Daarom die verandering in een zelfbedieningsrestaurant:

Als ik mijn kleinkinderen nu meeneem, kan ik ze onder het genot van een glas frisdrank vertellen hoe het vroeger was. ‘Daar waar die ijsautomaat staat, stond vroeger een vitrine met een ijsbeer erin. Drink je glas leeg, dan gaan we naar beneden en zal ik jullie laten zien waar de blauwe vinvis vroeger stond. We zullen er nog wat krulfrietjes nemen.’ (184)

Dit lot dreigt ook veel Nederlandse musea. Al moet ik zeggen dat het Rijksmuseum nog altijd heel interessant is om te bekijken. Naturalis dat momenteel verbouwd wordt, blijft hopelijk ook interessant voor het publiek. Ik hoop namelijk dat ik ooit mijn kleinkinderen dezelfde beleving mag meegeven als ik aantal jaren terug zelf met mijn kind meemaakte.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel