We slaan ons een weg door de verdorde mosterdplanten op ons toekomstige landje. De grond is een beetje modderig. Zeeklei zuigt het water snel op, maar de regen van deze dag zorgt voor vieze schoenen. Gelukkig heb ik mijn laarzen aangetrokken om mij een beetje te beschermen tegen de modder.

Ondanks deze bescherming zitten onze kleren vol modder. Net als dat de auto wat later ook boordevol met natte zeeklei zit. Ik meen zelfs op het dak zeeklei te zien.

We horen de status van het project. Niet alles gaat even snel. De ambtelijke molens lopen traag en niet iedereen kan daar even goed tegen. Sommige mensen wachten al sinds augustus op de acte om de grond te kunnen kopen. De vraag is groot, waardoor er achterstanden zijn ontstaan.

Vooralsnog blijf ik rustig. Ik kan mij wel drukmaken, maar ik denk niet dat ik daar iets mee opschiet. Het geeft mij weer extra tijd om thuis de boel op te ruimen. Een rondritje langs verschillende bouwplaatsen verklapt al wel wat ons allemaal te wachten staat.

Haast lijk je niet te moeten hebben, maar wel geduld en een oplettende geest. Voor je het weet loopt het geld er met bakken uit en heb je er nauwelijks controle over.

Er zijn wat bieten achtergebleven van de oogst. Ze gaan mee in een zak. Hoe de bieten smaken van de Oosterwoldse bodem? Groot en robuust zijn deze winterbieten, duidelijk bedoeld voor de industrie. Maar ze smaken heerlijk. We proeven al een beetje de nieuwe grond van straks.