De bewonderaars van Mata Hari krijgen een bijzonder plekje. Een bureau met veel rozen en wat aantekeningen van bewonderaars. Ze worden verbeeld met de leren jassen, als heuse spionnen en rechercheurs. De oorlog treedt het verhaal binnen. Je ziet een paar paspoppen met leren jassen waarop de beelden van marcherende Duitse en Franse legers.

Het is het verhaal van de oorlog waarin Mata Hari van aanbeden vrouw verandert in een soort heks. Een spionne, een niet te vertrouwen vrouw. Hier wordt haar eerdere opportunistische houding haar fataal. Ze is een bedreiging geworden en krijgt van de Fransen de beschuldiging dat ze voor de Duitsers werkt.

Ze is gedurende de hele Eerste Wereldoorlog verdacht. En dat is ook wel te begrijpen als je ziet hoe ze in de oorlogsjaren nog rondreist door Europa. Ze is zich er niet bewust van hoe verdacht ze zich maakt. Haar liefde voor mannen in uniform versterkt deze verdenkingen alleen maar.

Mata Hari wordt gedreven door haar zucht naar luxe. Dezelfde hebzucht die haar vader in een faillissement stortte. Ze wil op grote voet leven en dat leven ook in de moeilijke oorlogsjaren doorzetten. Is ze echt een spionne geweest. Ik weet het niet. Als spionne heeft ze geen heldendaden verricht. Het is haar zelfs fataal geworden.

Het mondt uiteindelijk in de executie waarmee de tentoonstelling in Leeuwarden begint. Een leven dat bijzonder tragisch eindigt. Zelfs voor het vuurpeleton staat ze met de rechte rug. Ze schijnt haar executeurs zelfs een handkus te hebben toegeworpen. Ze stond er in dezelfde bontjas, als waarin ze gearresteerd werd.

Die dood heeft er mede voor gezorgd dat ze nog altijd niet vergeten is. Een grote expositie is aan haar gewijd. Ze krijgt nog altijd die aandacht. Sterker nog: ze is de bron voor een heuse mythevorming. Margaretha Zelle, een bijzondere vrouw met een leven dat tot de verbeelding spreekt en dat als inspiratie voor velen dient.

Mata Hari, De mythe en het meisje is tot en met 2 april 2018 te zien in het Fries Museum te Leeuwarden.