De reis van Dante over de Louteringsberg krijgt in dit vers een bijzondere wending. Hij is in het aardse paradijs beland en wordt tegemoet gelopen door een grote stoet. De processie met een wagen, getrokken door een griffioen stopt tegenover hem aan de andere kant van het water.

De dienaren die de wagen vergezelden, beginnen nu te zingen, waarna een groot gezang losbreekt. Het is een overweldigende ervaring, maar vormt nog maar het begin van wat dadelijk komen gaat.

De vergelijking die Dante hier maakt is werkelijk prachtig. De kleurenpracht die hij hier nu ziet, doet hem denken aan een zonsopkomst zoals hij die kent aan de oostelijke stranden. Nu doemt in een wolk van bloemen een openbaring op voor Dante.

Vaak zag ik boven oostelijke stranden
De roze gloed waarmee die dag begon,
Die met zijn licht de duisternis verbande,

En het gelaat der pas herboren zon,
Nog in haar nevelen verhuld gebleven,
Zodat mijn oog haar licht verdragen kon.

Zo zag ik, door de bloemenzee omgeven
Die, door de engelen in overdaad
Omhooggeworpen, weer omlaag kwam zweven,

Een vrouw met een wit floers voor haar gelaat,
Een krans olijvenlover rond haar haren,
Een groene mantel en een rood gewaad. (vs 22 – 33; vert. Cialona en Verstegen)

Hij voelt hier de kracht van een oude liefde. Het is de liefde voor Beatrice die deze aanblik bij de ik-verteller oproept. Hier komt het verhaal naar voren van de eerste ontmoeting van Dante met Beatrice. Hij zag haar voor het eerst op 9-jarige leeftijd in de kerk.

Helemaal onder de indruk van wat hij hier ziet, wendt hij zich tot zijn medereiziger Vergilius. De Latijnse dichter die hem al sinds het begin van de Goddelijk komedie op zijn reis door het hiernamaals begeleid. Dan ziet Dante tot zijn grote schrik dat Vergilius er tussenuit gepiept is.

Het zien van al dit moois, kan niet voorkomen dat Dante moet huilen om het vertrek van zijn reisgenoot. Hij vindt het jammer dat hij Vergilius geen gedag heeft kunnen zeggen en hij voelt de tranen over zijn wangen stromen. De wangen die Vergilius aan het begin van de Louteringsberg had gewassen met dauw.

Dan klinkt een stem op. Hij hoeft niet te huilen. Dante draait zich om en ziet nog niet heel scherp wie de vrouw is die aan de overkant staat. Heeft hij het zojuist goed gezien en is de stem die hij hoort inderdaad haar stem?

Gedichten rond Canto 30

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.