De vrouw Matelda maakt Dante attent op dat er zoveel meer te zien is dan de 7 brandende kandelaren waar hij naar staat te turen aan de waterkant.

De vrouw berispte mij: “Waarom brandt gij zoo hevig
In uw geboeidheid door de levende lichten,
En ziet ge niet naar dat, wat achter ze aankomt?” (vs 61 – 63; vert. Bremer)

Hij kijkt nog eens goed en ziet een groep mensen achter de toorsen aanlopen. Als hij naar zijn eigen spiegeling in deze rivier, de Lethe, van de vergetelheid gekeken heeft, stopt Dante. Aandachtig bekijkt hij de processie.

Het tafereel dat de verteller hier beschrijft, is geìnspireerd op de profeet Ezechièl en de beelden die hij in zijn profetie beschrijft. De verteller verwijst daarbij ook op een andere bron: de Openbaringen van Johannes. Hij bedient zich in elk geval van dezelfde beeldtaal als in deze moeilijk te doorgronden bijbelboeken.

De triomfwagen die Dante voorbij ziet komen, wordt getrokken door een griffioen. Een leeuw met de kop en vleugels van een adelaar. Het mythisch wezen verbeeldt Jezus. De goddelijke en menselijke natuur zijn in hem verenigd.

De stoet gaat verder en Dante ziet naast de wagen die mooier is dan een zonnewagen, prachtige vrouwen meelopen. Het zijn er samen 7, in de mooiste kleuren rood, smaragd, zuiver wit en purper.

De wagen komt ter hoogte van waar Dante aan de andere kant van het water staat.

En toen de wagen tegenover mij was,
Werd een donderslag gehoord; en dien waardigen lieden
Scheen het verdergaan verboden te zijn,

Daar ze hier stil stonden, met de eerste vaandels. (vs 151 – 154; vert. Bremer)

Een donderslag en de stoet staat stil. Ze verroert zich niet meer. Hier gaat iets gebeuren.

Gedichten rond Canto 29

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.