Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel