Het beklimmen van de Louteringsberg heeft Dante in het aards paradijs gebracht. De mooiste plek op aarde. Nu staat hij tegenover Beatrice en zij verlangt van hem dat hij zich reinigt. Dante wordt ook gelouterd aan het einde van dit 2e deel van de Goddelijke komedie.

Hij moet diep door het stof. De engelen hebben hem in de vorige canto verdedigt, maar Beatrice is nog nier overtuigd. Je zondige herinneringen zijn nog niet meegenomen in de stroom van de rivier de Lethe.

Beatrice is streng tegen de verteller Dante. Kom op jongen, is het waar wat ik zojuist heb verteld? Het is nogal een zware beschuldiging die ik aan je adres heb gegeven. Dante kan niet veel meer dan wat stamelen. Hij wil iets antwoorden, maar krijgt het niet voor elkaar.

Nog een oproep van Beatrice. Kom op, je wilt mij niet wijsmaken dat je je goed gedragen hebt sinds ik door ben. Dan krijgt Dante eindelijk een ‘ja’ over zijn lippen. Het is vrijwel niet te horen, biecht de verteller op. Je had het moeten zien, anders zou je het niet geloven. Maar wat er dan gebeurt, laat zich alleen in een vergelijking uitdrukken:

Zoals de handboog die te fel gespannen is, bij
het losgaan breekt, en springen doet, zijn pees, en minder krachtig met de pijl het doel genaakt.
Zo brak ik, onder zulk een grote last,
ook los in zuchten en in tranen;
en de stem viel van mijn lippen lam. (vs 16 – 21; vert. Haghebaert)

De boog is gebroken onder de spanning van de pees. De gevoelens overmeesteren hem en Dante moet verschrikkelijk huilen en zuchten. Hij bekent, maar Beatrice drukt het er nog eens goed in. Zo wijst ze hem 3 keer op zijn zonden en vraagt van hem oprechte berouw.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.