Onder ons liep Sientje rondjes. Verdwaasd, compleet de weg kwijt, liep ze een kleine cirkel door de behandelkamer. Rusteloos en zonder doel. De dierenarts keek ons begripsvol aan.

‘Ik begrijp het’, zei ze terwijl ze naar de drentelende hond keek. ‘Ze is de weg kwijt.’ We vertelden hoe ze haar dagen doorbracht. Op de bank starend naar de rugleuning. Niet in de gaten dat ze de andere kant kon opkijken. Andere momenten lag ze op mijn plek te slapen. Als ik ging zitten voelde ik de druppels plas die ze had achtergelaten.

Langer laten leven was meer voor ons dan voor haar, concludeerden we. Misschien moesten we haar een handje helpen. De dierenarts beaamde het. Sientje was dement en had een mooi leven gehad.

‘Wanneer wilt u het?’ vroeg ze aan ons. ‘U kunt haar mee naar huis nemen om afscheid te nemen, dan maken we later een afspraak.’ Nee, we hadden al afscheid genomen. Het was genoeg. We zetten haar op de tafel. Sientje keek gedwee voor zich uit. Ik kroelde in de vacht. Ze stonk de laatste tijd. De ogen dof. Ik vroeg me af of ze nog iets zag. Het leek of ze ons niet meer herkende. Op de bank kon ze nors voor zich uit blaffen. Op alles wat bewoog, ritselde of kraakte.

Ons hondje

Sientje was ons hondje. Gekocht aan het begin van onze relatie. Ze was onze eerste gezamenlijke aankoop. We waren nauwelijks 4 maanden bij elkaar. Een paar weken eerder was ik met mijn harmonium en stapeltje boeken voor de weekenden bij haar ingetrokken. Het begin van onze serieuze relatie. Boven waren we druk in de weer geweest om een studeerkamer te maken en de slaapkamer in te richten.

Zo was het kerstfeest samen gevierd. Op Inges verjaardag – de tweede dag van het nieuwe jaar – lieten we iedereen trots de nieuw ingerichte bovenverdieping zien. Wij woonden nu echt samen. Al treinde ik regelmatig terug naar Leiden voor mijn studie en mijn baantje in de daklozenzorg.

Zoeken op internet

Het weekend later zouden we bij Inges zwager zijn verjaardag vieren. We zouden Inges moeder ophalen en meenemen. Ik vertelde eerder al dat het mijn droom was om een teckel te hebben. Ik wist ook precies wat voor een: een ruwhaar standaard. We zochten op internet.

Wat kostte het om zo’n hond aan te schaffen? Paste een hond van dat ras wel bij ons? Konden wij wel zo’n dier aanschaffen? Zo verdween de hele avond internettend achter de computer op de nieuwe studeerkamer. We belden in via de stekker waarvan ik de bedrading een week eerder had gelegd.

Ging daar nou de deurbel? We luisterden nog eens goed. Buiten draaide een auto stationair. Ik hoorde duidelijk het gebrom in de straat. Weer het gerinkel van de deurbel. Wie zou er nou nog aanbellen? Het was al over negenen. Waar we toch bleven? We zouden mam ophalen om half acht en samen naar de verjaardag gaan. Ik schrok. Helemaal vergeten.

Onbereikbaar

We waren op internet aan het kijken. ‘Jullie waren onbereikbaar’, riep mam boos. Inge hoorde haar door het gangetje naar boven roepen. Ze probeerden ons al vanaf kwart voor acht te bereiken, zonder resultaat. Al die tijd zaten we al op internet weg te dromen bij plaatjes van teckels. Nee, het hoefde niet meer. Ze reed nu met Loes mee naar de verjaardag.

Driftig drukten we de computer uit. Nee, een teckel kon niet. Te duur. We moesten reëel blijven. Nog maar net een relatie. Dat was echt een paar stappen te ver. Een hond was niet aan ons besteed. We kenden elkaar nog maar nauwelijks. Laat staan dat we een jonge hond konden opvoeden. Bovendien zou Inge er zelf voor moeten zorgen.

Boze huisbaas

Ik woonde nog in Leiden en op mijn kamer was echt geen ruimte voor een hond. De verhuurder had het verboden en ik leefde al op gespannen voet met mijn huurbaas. Het pand was overgenomen door een heuse pandjesbaas. Ik had geweigerd een nieuw huurcontract te tekenen. Moeilijkheden kon ik niet gebruiken. Ook was de kamer van 15 vierkante meter veel te klein om met een teckel te leven. We moesten het maar uit ons hoofd halen.

Lees het vervolg: Te koop zeer lieve teckel »

Lees elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.