In de roman Onder een hemel van sproeten gaat het slecht met het hondje van de oude man Jacob. Hij moet het diertje laten afmaken. Samen met de dierenarts overlegt hij waar dit het beste kan. De dierenarts biedt aan om het in de polder te doen. De plek waar Jacob zo graag met zijn hond is.

Jacob rijdt met de scooter naar de polder. Zijn hondje muis zit in het mandje achterop. Het diertje geniet van de wind en houdt zijn kop statig omhoog:

We hebben het goed gehad, Muis. Sinds je twaalf weken oud was heb je elke stap samen met mij gemaakt. Ik kan nu nog niet mee, maar ik ben al oud. Je weet nooit hoe de dingen lopen. Misschien kun jij het pad al verkennen, Muis. Zullen we het zo afspreken? Verken de buurt en wacht me dan op. (179)

Prachtig hoe de verteller je dit laat beleven. Het afscheid nemen van een hondje waarmee je jaren hebt opgetrokken. Het diertje is op. Zijn baasje ook, maar hij kan nog geen afscheid nemen van het leven. Zijn leven is met het verlies van zijn vrouw en zijn hond verandert van een wilde, onstuimige rivier in een futloos stroompje.

Het contrast tussen de oudere Jacob en de jongere Amy, maakt de roman Onder een hemel van sproeten tot een intense belevenis om te lezen. Al ben je het hele boek doordrongen dat het niet goed gaat aflopen. Je probeert als lezer voortdurend aan de kleine strohalmen die je tegekomt, vast te klampen. Daarmee is het boek een eerbetoon aan deze tijd. Niet zonder kansen, maar je moet ze wel zien.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel