We reden snel weg bij de fokker. Hij woonde tegen het centrum aan. De dierenwinkel zat iets verderop na de bocht, had de teckelverkoper ons verteld. In de auto vroeg ik of we hier nou verstandig aan deden. Was deze man wel te vertrouwen? Waarom deed hij dat beest precies weg? En hoe wisten we dat het dier niks mankeerde?

We moesten nog wel een ontsnappingsclausule inbouwen. Voor hetzelfde geld zou deze man ons enorm besodemieteren. En al voelde het niet zoveel. Honderd euro was best veel geld hoor. We rekenden hoeveel gulden het eigenlijk was: 220 gulden. En dat is best veel. We zouden maandag met de teckel naar de dierenarts gaan, besloten we.

We liepen de dierenwinkel binnen. Voor het eten moesten we Fokker Plus we hebben, had de verkoper ons verteld. Dat waren ze gewend en je kon niet zomaar iets anders geven. Verder zochten we naar alle basisproducten: een mandje, een riem, een halsband, voerbakken en wat speelgoed.

Tussen de aanbiedingen lagen ook wat spullen. Een mandje dat was opgebouwd uit piepkleine piepschuim balletjes en dat zich vormde naar het lichaam. Ik kende het materiaal. Bovendien was het eenvoudig schoon te maken als het vies werd. Ook namen we Fokker Plus mee. Alleen verkrijgbaar in van die grote voerzakken voor fokkers. We kozen de kleinste van 15 kilo.

We waren bij de dierenwinkel evenveel geld kwijt als de hond ons ging kosten. Wat verderop pinde ik de 100 euro voor straks. Zo liepen we vlak voordat de winkels zouden sluiten, weer terug naar de auto. We waren net op tijd geweest. Terug naar de fokker.

We haalden de hond op. Ik zag in het buitenverblijf hele kleine teckelsnoetjes onder de deur snuiven. Dat was een nest jonge honden, vertelde Averdijk erbij. Voor de jachtlijn. Daar vroeg hij zeker 1100 gulden voor. Ik was nog niet helemaal overtuigd. We spraken af dat we maandag naar de dierenarts zouden gaan. Mocht hij iets tegenkomen, dan konden we ons geld terugkrijgen. De fokker ging akkoord.

Daarna ging de roodleren halsband om bij de hond. De fokker had onze aankoop al apart gezet. Ze kwispelde toen ze ons zag. Daarna liep ik met haar naar de uitgang. Ze trok. ‘Ze moet nog wennen aan de halsband’, vertelde de fokker. ‘Ik neem ze heel af en toe mee naar het bos, maar verder zijn ze niet gewend aan het lopen aan de lijn.’

In het midden van de tuin, bij een fruitboom, trok de hond wild. Het leek wel of ze haar staart eraf kwispelde. Ik vroeg wat er aan de hand was. ‘Daar ligt een botje van de huishond’, zei hij. Het dier werd helemaal gek van de geuren die haar neus opsnoof.

De verkoper liep met ons mee naar de auto die we bij het bejaardentehuis iets verderop hadden geparkeerd. De hond liep al heel aardig mee. Bij de auto gaf de verkoper ons de hand en gaf het dierenpaspoort en de stamboom met daarop de naam Nala. We kregen de hond achterin. Ik ging naast haar zitten.

Voor deze autorit zou ik een plekje naast haar innemen. De hond ging vast met de nieuw aangeschafte autoband. Het paste mooi in de gordel. Zo reden we veilig weg. Ik zag hoe de verkoper terug naar zijn huis liep en zwaaide nog. Hij zag ons niet, keek stuurs voor zich uit. Hij zou wel vaker honden uitzwaaien. Ik vroeg mij af of hij nog lang aan Nala zou terugdenken. Ik verwachtte het niet.

En of wij haar Nala zouden blijven noemen?

Lees het vervolg: Nala(tig) »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.