Paar dagen flink aan het opruimen geweest. Alles teruggebracht tot proporties om het huis straks ook voor kopers aantrekkelijk te maken. Verder allemaal kleine dingen die zijn blijven liggen oppakken. Kleine reparaties zoals een paar stukje plintjes vervangen. Of eindelijk een goede lichtschakelaar op het toilet.

Als het allemaal gedaan is, kijk ik heel trots naar hoe het is geworden. Ik kan er dan best van genieten en vraag me steeds weer af waarom ik het niet eerder heb gedaan. Alsof een koper meer noodzaak is dan jezelf. Ik kan er ontzettend van genieten om te zien hoe leuk ons huis eigenlijk is. Dan weet ik meteen ook weer waarom we hier zijn gaan wonen.

Al dat opruimen en geklus mat wel af. Ik reed gisterenochtend naar het recyclingperron. Ik was er al voor openingstijd en sloot aan in het rijtje auto’s dat al stond te wachten. Een man achter mij stapte uit en vroeg waar wij allemaal op wachtten. Hij vreesde dat de deur gesloten zou blijven, maar toen begon de stoet al te rijden.

Ik ontdek deze dagen dat ik er niet zo goed in ben om mijn aandacht te verdelen. Het schrijven gaat mij niet zo goed af. Ik mis de rust in mijn hoofd om de gedachten even toe te vertrouwen aan het papier. Zo wacht de nieuwe roman van Jan van Aken om een recensie, maar ik krijg het niet voor elkaar.

Overal waar ik kom, moet ik opruimen. Niet goed voor mijn rust, wel voor een leeg huis!