De onthulling van het straatnaambord. Het is natuurlijk vooral een symbolische daad. De naam Vuursteenhof vanwege de vondst van de 1 bij 2 millimeter grote splinter vuursteen. Het duidt op de aanwezigheid van leven in de prehistorie. In de buurt van de Eem vestigden zich jagers en verzamelaars. Voor een korte periode. Vaak niet meer dan een seizoen, waarna ze weer verder trokken naar gebieden waar ze weer op zoek gingen naar nieuw voedsel.

Nu gaan wij er wonen en we zullen ons wat langer vestigen dan de Swifterband cultuur van bijna 10.000 jaar geleden. Volgende maand zullen de eerste bouwactitiveiten beginnen. We hopen dan dat Martin al een aardig eind is met het bouwen van ons houten huisje.

Het straatnaambord gaat de grond in. Daan heeft al een stuk gegraven en vraagt of iemand van ons het wil afmaken. Met een paar medeburen graaf ik ook een stukje de diepte in. De laag met zeeklei is een pittig laag. Je komt er bijna niet doorheen met de schep. Daarom graaf ik een stukje met de blote hand.

Na de onthulling en de bijbehorende foto, lopen we over de kavelweg met onze nieuwe buren. De saamhorigheid, we bouwen samen aan onze toekomstige buurt. We lopen allemaal met dezelfde trots rond. Buik naar voren en met een vergenoegzame blik kijken we uit over onze akkertjes. Voor Oosterwoldse begrippen zijn ze helemaal niet zo groot, maar wij voelen ons grootgrondbezitter.

Het is ook heel erg lekker weer. De zon schijnt op deze eerste echte voorjaarsdag van het jaar. Dan mogen het slechts wat hopen zand zijn die je ziet. Het is uitzicht is overweldigend. Net als de grootte van ons landje. En ik voel me net zo trots als alle andere medebewoners.

Op de terugweg fietsen Doris en ik ook even langs een huis in aanbouw van Martin. De muren staan al overeind. Je kunt het zelfs vanaf ons landje tussen de bomen door zien staan. De hoge rode wanden. Straks wordt ons huisje ook zo opgericht. Ik kan niet wachten.

Ik spreek Martin ook nog even. Hij wil niet te lang wachten met ons huis. Ik kan ook niet wachten.