Maandagochtend. Telefoon. Waar we zijn? Er is niemand bij het roze huis, maar de monteur die ons op het net gaat aansluiten wel. Hoezo? We hebben niks te horen gekregen. Ze zouden toch pas een week later komen?

Er blijkt iets in de planning aan de hand te zijn. De schouw vorige week is blijkbaar zo goed gegaan dat ze zonder het te melden al een afspraak hebben ingedeeld. Gelukkig is de afspraak verschoven naar vrijdag.

Het werk in huis gaat gewoon verder. De wanden van de slaapkamers staan. De deuropeningen verraden hoeveel ruimte we straks hebben. En het valt niet tegen. Al is het veel passen en meten. Passen al die boeken erin? Hoeveel zouden er eigenlijk in kunnen?

De stopcontacten zitten erin. Nu de gaten in het plafond voor de kachel en de afzuigkap in de keuken. De zonnepanelen komen ook binnenkort. We kunnen gaan leveren voor het net.

Woensdagmiddag half 4. Telefoon. Dat ze al morgen komen aansluiten. Ze schieten namelijk op. Oei. Weer snel bellen met de bouwer of hij het voor elkaar krijgt om morgen alles op orde te hebben.

Nog veel regelen. De terp moet weer worden opgehoogd. Dat is volgende week. De badkamer komt over een week of 2. Alles krijgt zijn vorm en nu moeten we toch echt al die boeken gaan inpakken.

Het wordt steeds echter. En als mensen aan mij vragen wanneer het dan toch klaar is. Dan zeg ik: als we er gaan wonen, dan begint het pas. We zullen voor de verhuizing hier ook al veel te vinden zijn om bedden, keuken en andere inrichting alvast te maken. En wanneer het klaar is?

Nooit! We gaan gewoon door als we er zitten. Een huis dat leeft, krijgt de aandacht die het verdient. Net als alle grond om ons nieuwe huis. Als we er gaan wonen, leven we er en dan gaan we aan de gang om het zoveel mogelijk ons huis te maken.