Sientje had het niet op wandelen. Ze was er niet mee opgevoed. Ik vraag me af hoe vaak ze in de 4 jaar dat ze in die schuur verbleef, het grote buiten heeft gezien. Ze kon niet goed aan de lijn lopen. Al pakte ze dit wonderbaarlijk snel op. In gedrag leek ze daarin meer op een puppie dan een volwassen hond die al meerdere nestjes in haar leven geworpen had.

Buiten lopen was niet echt haar ding. Ze liep liever thuis rond te struinen om dan in de tuin lekker in het zonnetje te liggen bakken. Ze leek daarin op van die veel te bruine badgasten die weken achtereen in de zon hun huid laten verschroeien. In de zomermaanden was haar onderbuik helemaal donker verbrand door de warme zomerzon. En als de achterdeur niet openstond, pakte ze met evenveel tevredenheid het zonnetje dat in de keuken naar binnen viel. Voor Sientje was de zon het grote genieten. Ze deed er alles voor om in het enige reepje zon dat in huis viel, te kunnen liggen.

Aan regen had ze een gruwelijke hekel en dan duid ik mij heel netjes uit. Ze had er de schurft aan. Hoorde ze de regen al op het platte dak in de keuken kletteren, dan wist ze hoe laat het was. Met tegenzin stapte ze naar buiten, voelde hoe haar onderbuik nat werd. Deed een plas en liep terug naar de voordeur, want die regen was maar niks.

We wilden wat meer gaan wandelen. Daarom schaften we een imposante verzamelband met ANWB-wandelingen aan. Zo kwamen we op het idee om een wandeling in de buurt te gaan maken, langs de Bornsebeek. Sientje had er niet veel zin in. Ik moest haar meetrekken, ze dreinde achter ons aan in een trage pas. Het begon een beetje te miezeren toen we uit de auto stapten. De dreigende wolkenlucht voorspelde genoeg, maar we wilden het hoe dan ook proberen.

Sientje had er overduidelijk geen zin in. Ik verheugde mij op de vistrap die iets verderop zou liggen. De regen viel al wat harder naar beneden, maar we liepen nog veilig beschut onder de bomen. Wat verderop viel de regen nog iets harder op ons. Sientje ging steeds noester lopen met de kop naar beneden. Ze had er echt, echt geen zin meer in. Ze was gewoon boos.

Ben je boos, pluk een roos. Inderdaad, gold dat voor Sien. Zo boos was ze. Alleen er waren geen rozen. We naderden de beek, omringd door lieflijke grasweiden. Tussen het gras staken gele paardenbloemen. Helemaal open in de volle gele kleur. Sientje kwam eraan gelopen en greep boos een paardenbloem. Ze hapte het ding naar binnen terwijl ze liep en slikte de bloem meteen door.

De regen viel nog harder en veranderde in een heuse stortbui. Dit leverde ons ook weinig plezier. We keerden om. Sientje veranderde haar standpunt van helemaal achteraan sjokken naar helemaal vooraan trekken. Ze liep vooruit en trok aan de riem. Wat wilde die graag terug naar de auto. We hadden haar op de achterbank gezet, drijfnat. Ze keek ons aan met een blik die vertelde dat zij ons allang had kunnen vertellen dat deze ellende op ons af zou komen. Zeker nu het ook bliksemde en de regen met bakken uit de hemel viel.

We reden iets verderop op de grote weg, ergens langs het punt van de Bornsebeek waar de vistrap lag. Het was opgehouden met regenen. Een mager zonnetje kwam door het wolkendek. De hemel werd langzaam maar zeker ontdaan van de dikke wolken en liet al wat stukjes blauw zien. Bij thuiskomst was de lucht meer blauw dan dat er wolken doorheen dreven. Genoegzaam vleide Sientje zich in het doorgebroken zonnetje in de achtertuin. Laat mij maar lekker thuis, zuchtte ze terwijl ze de ogen sloot.

Lees volgende week het vervolg »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief